Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ontvangkernen dezer beide machtige centripetale kopwortels vormen bovendien het proximale einde der sensibele afdeeling van de spinale segmenten-stelsels. Dat gedeelte van het zenuwstelsel, waarin nog een streng segmentale ordening te herkennen is, eindigt, wat het ontvangend gedeelte betreft, daar waar de N. trigeminus binnentreedt. De daaraan gekoppelde kernen voor centrifugale kopwortels reiken evenwel nog veel verder proximaalwaarts.

De plaats door de ontvangkernen der centripetale kopwortels ingenomen is voor ons van bizonder groot belang, omdat de vergelijkende anatomie heeft aangetoond, dat deze plaats bij alle afdeelingen der gewervelde dieren nagenoeg constant is. Of men visschen, amphibieën, reptilen, vogels of zoogdieren onderzoekt doet niet ter zake. Overal, zoo heeft ons A r i ë n s Kappers geleerd, liggen zij langs den dorso-lateralen rand der medulla oblongata en overal eindigt de centripetale afdeeling van het spinale segmenten-systeem in het zenuwstelsel der vertebraten met de eigen sensibele kern van den N. trigeminus. Begrijpelijkerwijze oefenen deze ontvangkernen een grooten invloed op de kernen, uit welke de centrifugale wortels ontspringen, de motorische of uitvoerkcrnen zooals men hen noemt. De impulsen, die aan ontvangkernen worden toegevoerd, worden in eerste instantie naar de daaibij behoorende motorische kern overgegeven, om van daar langs de centrifugale wortels de musculatuur te bereiken. Aan het trigeminus-stelsel zijn echter niet dezelfde motorische kernen vastgekoppeld als die, welke aan het octavus-stelsel verbonden zijn.

In hoofdstuk VII is er met nadruk op gewezen, dat de verbindingen die uitgaan van de sensibele trigeminus-kern, in het hier behandelde gebied gekoppeld zijn aan den nucleus masticatorius en aan den nucleus N. facialis. Trigeminus-impulsen werken nauwlijks of in het geheel niet op de oogspierkernen.

Daarentegen leert ons hoofdstuk VIII, dat de eerste verbindingswegen uit de kernen van den N. octavus niet of nauwehjks de motorische kernen van N. V of N. VII innerveeren. Voor zoover het thans behandelde zenuwgebied betreft, wenden de octavus-verbindingen zich direct of langs omwegen juist naar de oogspierkernen.

Twee, van elkander tot op zekere hoogte onafhankelijke, reflex-stelsels liggen hier dus naast elkander. Het eene, geleid door labyrinth-impulsen, beheerscht de kernen, die vergelijkbaar zijn met de ventrale kerngroepen van de ruggemergszuil, namelijk de oogspier kernen. Evenzoo beheerscht dit stelsel, langs de vestibulo-spinale en de dorsale lengtebundels, ook in het ruggemerg boven alles de ventrale (mediale) kerngroepen.

Het andere wordt door quintus-impulsen geleid. Het beheerscht motorische kerngroepen, die vergelijkbaar zijn met de interniedio-laterale spinale groepen. Daardoor treedt dit stelsel in veel nauweren samenhang met het laterale stelsel der lagere oblongata-zenuwen, waarvan het de voortzetting is. Worden de motorische kernen van de IXde, Xde en Xlde zenuw grootendeels

Sluiten