Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. De pes superficialis van D é j ér in e, de „ Bundel vom Fusz zur Ilaube" van M e y n e r t, de „mediale Fusz-Schleife" van F 1 e c h s i g, de ,,faisceau en écharpe" van F é r é zijn namen voor den bundel, die reeds in Deel II, p. 376 werden genoemd. In proximale sneden van den normalen pons Varoli, ziet men in den medialen hoek van den lemniscus een vezelbundel (zie fig. 343 101 der serie, pes sup. lemn.). Volgt men dezen in proximale richting dan maakt hij zich daaruit los, komt tegen foramen coecum aan de oppervlakte te liggen (zie fig. 343, 103 der serie), gaat daarna over in den medialen hoek van den pes pedunculi (zie fig. 343, 104 der serie). Hij slaat zich daarna langs den medialen rand der vezellaag om (zie fig. 343, 105 der serie), draagt daar den naam van „faisceau en écharpe", die men echter niet mag verwisselen met den, somwijlen bij menschen over den hersensteel heen loopenden, tractus peduncularis transversus, die von Gudden als een deel van het optisch systeem heeft leeren kennen.

Déjérine heeft aan dezen bundel den naam gegeven van pes superficialis lemnisci. Hij heeft bewezen, dat deze bundel evenals de vorige, door M a r c h i-degeneratie degenereert en wel bepaaldelijk als de windingen van het frontale operculum zijn verwoest. Met behulp dezer methode heeft hij de plaatsing dezer beide bundels in den hersensteel kunnen vaststellen. De beroemde figuren 376 en 377 in zijn handboek, die ik hier in fig. 344 overneem,

Fig. 344.

Degeneratie van de beide lemniscus-steelen volgens Déjérine.

Overgenomen van fig. 376 en 377 uit Tome II van de Anatomie Nerveuse van Mr. en Mme. Déjérine.

leeren ons dus, dat er bij daartoe geschikte haarden, behalve het pyramidenveld, twee directe corticofugale bundels degenereeren, die beide in de vezellaag

Sluiten