Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nucleus reticularis en een daarmee samenhangend deel van den nucleus dorsalis pontis zijn, naar mijn meening. de tusschenstations, waarin het meerendeel der vezels der beide lemniscussteelen hun einde vinden (zie verder over deze nuclei in § 4 van hoofdstuk XII). Over dit tusschenstation heen worden de nuclei motorii van de N. N. V, VI en VII geïnnerveerd. Daarmee ontken ik niet, dat enkele vezels wellicht direct de kernen zoeken, maar de gewone innervatie dezer kernen door cortico-fugale wegen geschiedt niet direct, zoomin als die der motorische ruggemergszuil door de pyramide.

Alleen heeft in de medulla oblongata het tusschengeschakeld apparaat een veel grooter omvang en beteekenis gekregen dan in het ruggemerg. Het ontvangt volstrekt niet alleen de eindiging der cortico-fugale baan, want een zeer groot aantal korte banen gaat eveneens daarin over, en bij de bespreking van de afhankelijkheid dezer kernen van het cerebellum moet er nader op worden teruggekomen. D é j é r i n e's meesterhand deed echter in dit vraagstuk nog een tweeden gelukkigen greep. Hij toonde aan, dat, ofschoon een groot aantal vezels in de tusschengeschakelde stations — de substantia nigra, de nucleus reticularis lemnisci —■ blijven, er een zeker aantal doorgaan tot in de lemniscus van de medulla oblongata en dan op bepaalde wijze overgaan in de pyramide vlak boven de kruising.

Echter is het noodig om dan ook nog een derde bundel te bezien.

3°. de fibres aberrantes bulbo-protubérantielles van Jumentié of de caudale fibrae aberrantes.

In elk normaal vezelpraeparaat kan men in het niveau van den oorsprong van den N. facialis en van den N. abducens, dus aan het distale einde der Varolsbrug, individueel wisselend, nu eens machtig, dan weer klein, maar zelden geheel ontbrekend, een bundel vinden, waardoor de vrijkomende pyramide samenhangt met den lemniscus.

In fig. 267 Deel TI zijn deze vezels afgebeeld bij een kind van 1 jaar in het normale praeparaat. In fig. 346 vindt men dien bundel weer geteekend, ditmaal uit het zenuwstelsel van eene volwassen vrouw. Van den dorsalen rand der pyramide maken zich vezels los, die in ventro-dorsale richting, rechtstreeks naar den lemniscus toe loopen. Gewoonlijk loopen zij tevens iets in proximale richting en hernemen in den lemniscus aangekomen, hun overlangsche richting. Dwarse doorsneden treffen dien bundel als een driehoekig veld op de ventrale grens van den lemniscus. Men kan hem gewoonlijk ook in het normale praeparaat herkennen, omdat zijn scheef getroffen vezels dikker zijn dan de lemniscus-vezels en niet dezelfde gelijkmatige rangschikking bezitten, die men in den lemniscus vindt. In het proximale gedeelte der medulla oblongata is dus geen scherpe grens tusschen lemniscus en pyramide, maar het tusschengelegen driehoekige veld met dorsaal uitgetrokken punt herkent men gemakkelijk.

Deze overgangsvezels mag men niet met doortrekkende of voor de pyramide uitwijkende wortelvezels van den N. VI verwarren. Zij liggen in fig. 346 meer lateraal geplaatst.

Sluiten