Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgen. Hij valt dan gewoonlijk in eenige kleinere bundeltjes uiteen en gaat verloren.

Piek echter beschreef dien bundel geheel anders. Hij zag hem, en zijn teekeningen zullen wel ieder overtuigen, naar de kleine hersenen gaan, maar daarop wordt straks teruggekomen.

H o c h e zag dien bundel degenereeren met pedunculaire aberrante pyramidevezels. Hij vermoedt dat deze vezels reeds in een hooger niveau den hoofdweg hebben verlaten, zich hebben gekruist en nu ver dorsaal van den hoofdweg hun weg zoeken naar het pyramiden-zijstrengveld.

H o c h e' s vermoeden is evenwel onjuist. Heinrich Lewy zag den bundel experimenteel bij apen, waar eveneens de bundel van Piek voorkomt, degenereeren. Hij maakt zich uit de kruising der pyramide los en loopt Van daaruit omhoog, om ter hoogte van de facialiskern te verdwijnen. Bumke bevestigt het. Barnes maakt opmerkzaam, dat bijna elke pyramide-degeneratie vergezeld gaat van vezeldegeneratie in het veld, dat tusschen spinale trigeminusstreng en tractus solitarius in is gelegen, dus in den bundel van Piek. Obersteiner zag een echten bundel van Piek dubbelzijdig.

Er bestaat dus een stelsel van cortico-fugale vezels, die niet in den pyramidenbundel loopen, maar met deze varieeren. Het wordt gevormd door de beide peduneuli lemnisci of „fibres aberrantes pedunculo-protubérantielles", verder door „fibres aberrantes bulbo-protubérantielles", terwijl tusschen die niveaux, genoeg vezels door de ventrale transversale ponsvezels heen naar de lemniscus overgaan, om ook van „fibres aberrantes intermédiaires" te kunnen spreken. Voorts behooren er toe de homo-laterale vezels of de ventro-laterale bundel en onder omstandigheden ook de bundel van Piek.

Dit stelsel bezorgt met de pyramide samen de innervatie van de motorische kernen in den hersenstam. Niet of slechts voor een klein deel is die innervatie direct. Tusschen de kern en den cortico-fugalen weg ligt een schakelapparaat, dat, naarmate men meer proximaal komt, steeds gecompliceerder wordt.

Dit stelsel is in fig. 349 in schema gebracht. De hoofdweg, de ventrale cortico-fugale baan is zwart. De pes superficialis lemnisci (II fig. 349) komt met den pes profundus lemnisci (III fig. 349) en met de bulbo-pontine vezels (IV fig. 349) samen in het dorsale driehoekige pyramiden-areaal. De homolaterale ventro-laterale vezels (V (fig. 349) verlaten de ventro-laterale vlakte der pyramide en de bundel van Piek (VI fig. 349) verlaat de kruising en gaat dan naar de motorische kernen van X, XI en VII.

De variabiliteit van dit stelsel moet wel groote beteekenis voor de kliniek hebben.

P i t r e s is het verst gegaan met de voorstelling, dat bij nietkruising der pyramide, een eventueele hemiplegie ook niet gekruist is. M a r i e meent dat de pyramide-voorstreng bij voorkeur vezels voor de onderste extremiteit voert, de gekruiste pyramide-zij streng daarentegen vezels voor beide extremiteiten. Daaruit volgt, dat bij hemiplegie, de gelijkzijdige onderste extremiteit

Sluiten