Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in wisselende intensiteit bewegingsstoornis zal vertoonen. Het sneller herstel der onderste ledematen bij hemiplegische contractuur berust eveneens daarop.

Men is intusschen nog verder gegaan. Bij hemiplegie blijft de bewegingsstoornis in de musculatuur van den N. facialis in den regel tot de spieren rondom den mond beperkt. Dit kan in verband worden gebracht met de dubbele innervatie van de facialiskern, die deels langs den hoofdweg, langs de pyramide uit den gyrus centralis anterior innervaties krijgt, deels langs de lemniscussteelen, cortico-fugale impulsen uit het operculum frontale ontvangt. Bij zeer groote haarden kan alle cortico-fugale innervatie verloren zijn. Inderdaad leert de kliniek dat soms de bewegingsstoornis in de facialismusculatuur volkomen kan zijn, al herstelt zich die in den oogtak gewoonlijk toch snel.

Daarbij mag men echter niet vergeten dat tusschen kern en corticofugalen weg een schakelapparaat ligt. Wordt dit bij voorkeur door corticofugale wegen gewekt, dan zal de kern geheel buiten werking kunnen komen. Nemen nog andere wegen deel aan de innervatie van het schakelapparaat dan behoeft dit niet.

Voor de mondfacialis speelt de cortico-fugale innervatie een zeer groote rol (spreken). Voor de trigeminus bijna in het geheel niet (kauwen is reflexfunctie). Voor de oogspierinnervatie is het cortico-fugale aandeel veel geringer dan dat der Vestibularis en andere reflexen via het mesencephalon. Zij zijn dan ook bij de hemiplegie slechts zelden gestoord. Slechts de zijdelingsche oogbewegingen zijn hiervan uitgezonderd. Maar weer niet geheel, want de corticale zijdelingsche instelling der oogen is veel minder gewichtig dan die, welke subcorticaal tot stand komt.

Het schakelapparaat, hier o.a. de nucleus reticularis lemnisci vervult de rol van een kern, die veel aanvoerende vezels ontvangt, en een common-path voor alle aanvoerende stelsels naar de motorische kern van den N. abducens uitzendt.

In nog sterker mate gelden schakelkernen bij oogbewegingen, waarbij de N. oculomotorius meewerkt. Hier werken verschillende schakelapparaten mee. Daar zeer veel vezels uit de lemniscussteelen in de substantia nigra blijven, meen ik ook deze grijze massa, voor een deel, tot de schakelapparaten te moeten rekenen. Maar bij de vele andere stelsels, die daarop aangrijpen, is het niet te verwonderen, dat het wegvallen der corticale innervaties alleen, nagenoeg geen invloed op de oogbewegingen hebben.

Intusschen is met dit groote geheel van cortico-fugale stelsels nog allerminst de architectuur der pyramide klaar geworden. Want in de pyramide loopt nog een ander, zeer variabel stelsel. Het is een geheel van cerebrocerebellaire stelsels dat thans onze aandacht vraagt.

Het cerebro-cerebellaire stelsel der pyramide. De ,,circumolivary bundie van Elliot Smith, Burdac h's fasciculi siliquae, de fasciculus ventrolateralis (arcuatus) van Schaffer, de bulbaire basalstriae van F u s e.

Wanneer men een volslagen geatrophieerd pyramidenveld beziet, dan

Sluiten