Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna splijt hij zich plotseling in tweeën, rondom den eensklaps geweldig toenemenden nucleus arcuatus heen. Een bundel xa gaat om den lateralen rand heen, naar het corpus restiforme, de ander lost zich in de raphe in fibrae rectae op (fig. 352. 8).

De afmetingen van den nucleus arcuatus zijn in het begin der Varolsbrug (fig. 352. 9) buitengemeen groot geworden. Nogmaals zendt deze kern, nu dwars door het pyramide-veld heen, een vezelbunde] naar het corpus restiforme heen.

Hier is de nucleus arcuatus der linker zijde ten koste van de mediale kern der ventrale ponsformatie zeer groot. De corpora restiformia zijn eveneens veel grooter dan normaal en schijnen een deel der vezels op te nemen, die anders in den middelsten kleine-hersensteel loopen.

Dit is een voorbeeld van het zelfstandig worden der fibrae arciformes externae. Dientengevolge ontstaan bundels die Elliot Smith circumolivaire vezels noemt, en die F u s e, welke hen zeer dikwijls waarnam, bestempelt met den naam van bulbare basal-striae. Puseen Ya m amoto geven er dien naam aan, omdat zij opmerkzaam maken op het verband dat tusschen deze bundels en de striae medullares ventriculi TV, (F u s e's Bodenstriae) bestaat. Laatstgenoemde, die van de dorsale kant uit in de raphe dringt, vormt daarin ook fibrae rectae. Brouwer maakte opmerkzaam, dat hij in deze Bodenstria, een verbinding door de raphe heen met den nucleus arcuatus der gekruiste zijde ziet.

F u s e, welke in 200 hersenen van Japanners, deze basal-striae 91 keer zag, wijst er op, dat zij met de dorsale ventrikelstriae varieeren en komt dus tot een dergelijke opvatting als Brouwer.

Dit echter staat vast, dat door deze vezelbundels een ander stelsel in de pyramide vertegenwoordiging vindt.

Aan deze vezels sluit zich ook de bundel van Piek aan. Ofschoon een echte bundel van Piek in dit praeparaat niet aanwezig was, moet het in fig. 351. 5 toch treffen, dat het veld tusschen tractus spinalis N. V. en achterstreng-kernen zeer vezelrijk is en een zekere zelfstandigheid bezit.

Dergelijke gevallen kan men groepeeren naast de oorspronkelijke beschrijving van Piek. Het wordt dan waarschijnlijk, dat de bundel van Piek geenszins altijd een cortico-fugale bundel is die bij het innervatiestelsel der motorische kernen behoort. Somwijlen behoort hij bij het hier beschreven stelsel van cerebro-cerebellaire wegen te worden ondergebracht. Stern en ook Obersteiner deelen die meening.

Het is wel opmerkelijk, dat de plaats die de homo-laterale vezels, als zij bestaan, innemen, zoowel als die, welke door P i c k's bundel wordt ingenomen, overeenkomt met de plaats, waar ook de cerebro-cerebellaire vezels, wanneer zij machtig zijn, gelocaliseerd zijn.

Dit echter staat vast, dat er naast het groote cortico-fugale stelsel, voor innervatie der motorische hersenstam-kernen bestemd, een ander stelsel bestaat van cerebro-cerebellaire verbindingen, dat eveneens in de pyramide kan loopen,

Sluiten