Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daartegen pleit de plaats waar zij ligt, de grootte van haar cellen en de bocht die haar axonen maken, als zij eerst in dorsale richting gaan eer zij definitief de ventrale richting inslaan. Zij is een laterale kern, die vezels aan een ventralen wortel toevoert; zooals dat in het cervicale merg regel is en hier weer te voorschijn komt. Wat die kern physiologisch beteekent is ons niet bekend.

Een andere vraag is van meer belang. De vraag naar de juiste grenzen van de dorsale of hoofdkern van den N. abducens heeft aanleiding gegeven tot meeningsverschillen. Zooals wij' haar beschreven en zooals ook in fig. 353 B, lig. 354 en fig. 355 te zien is, ontspringen de wortelvezels voor de zenuw uit de dorso-mediale zijde. Yentraal is de kern weinig scherp afgegrensd van de formatio reticularis lateralis. Lateraal wordt de begrenzing gegeven door de wortelvezels uit de kern van den N. facialis, die haar aan het distale einde ook dorsaal omkringen. In proximale richting wordt zij dan dorsaal en lateraal begrensd door den facialis-wortel, die de knie verlaat en nog hooger wordt de begrenzing op zich genomen door vezels uit de stria acustica, die de abducens-kern ventraal en dorsaal tusschen zich vatten en dan ventraal van de facialis-knie naar de raphe gaan, zich kruisen en zich in den fasciculus longitudinalis posterior voortzetten. Men ziet hen bijv. in fig. 355.

Door F u s e is de vraag opgeworpen, of het proximale deel van de abducens-kern, althans bij het konijn, zich niet dorsaal uitbreidt inde substantia grisea centralis. Men ziet in fig. 354 dat ook bij menschen, dorsaal van de facialis-vezels en van de hen doorbrekende stria acustica, de cellen in den nucleus triangularis veel grooter zijn. Men weet ook daar niet recht waar in deze richting de abducens-kern eindigt en waar de triangularis-kern begint. Naar mijn meening behoort die F u s e 'sche kern tot den nucleus triangularis. Reeds vroeger heb ik (Bd. II p. 297 en volgende) gewezen op de bizondere structuur, die de triangulaire kern op verschillende plaatsen bezit. Bepaaldelijk is haar ventrale gedeelte gekenmerkt door het bezit van groote cellen, die hun axonen mediaalwaarts en door de raphe heen zenden. Zij vergezellen dan meerendeels de vezels van de stria acustica. Tk heb dit gedeelte dezer kern zelfs als een zelfstandige kern, als nucleus radicis descendentis proprius beschreven.

Dit deel van de triangularis-kern kan in aanmerking komen voor de gelijktijdige innervatie van den nucleus N. abducentis en door den fasciculus longitudinalis posterior heen, voor de kern van den musculus rectus internus.

De dagelijksche ervaring in de kliniek leert toch, dat de zijdelingsche beweging der twee oogen beheerscht wordt uit een punt, dat in de onmiddellijke nabijheid van de abducens-kern moet zijn gelegen.

Dit combinatie-punt kan niet zoodanig werken, dat het door zijn stooten den nucleus N. abducentis activeert en dat deze, via den fasciculus longitudinalis posterior de kern van den musculus rectus internus doet meewerken. Want de ervaring van C a j a 1 en van allen, die zich met dit onderzoek bezighouden, is dat geen enkele axon uit cellen der hoofdkern N. VI de middellijn overkruist.

Wel voldoet het hier bedoelde stuk van den nucleus triangularis aan

Sluiten