Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den N. facialis, zich beperkt tot een stoornis in de bewegingen der mondliptakken en die van den oogtak spaart.

De hier gegeven uiteenzettingen doen het vermoeden uitspreken, dat dit voor een deel zou kunnen veroorzaakt zijn door het bestaan van een dubbelen schorsoorsprong der facialis-innervatie. De een uit de centrale winding, die langs de pyramide gaat. de andere uit de voorhoofdswindingen, die den pes superficialis lemnisci volgt.

De eerste zou voor de mond-lip takken, de laatste ook voor den oogtak zijn bestemd.

Het ligt echter voor de hand, dat voor deze tegenstelling ook andere oorzaken meewerken. Met name kan de dubbelzijdige innervatie uit de hersenschors, die bij innervatie der oogspieren stellig meewerkt, ook hierbij een rol spelen en een der oorzaken zijn, dat de oogtak-verlamming na hemiplegie, als zij voorkomt, spoedig verdwijnt.

Maar er is een ander, niet minder gewichtig klinisch feit, dat te denken geeft. Bij de echte bulbaire paralyse is het regel, dat met de tong en keelspieren, ook facialis-spieren, en wel bij uitsluiting van alle andere, alleen de m. orbicularis oris atrophiëert. Daardoor komt de innervatie dezer spier, in tegenstelling met alle andere, over den nucleus N. facialis heen, inwerkende innervaties. In zoover als de spreek-functie ongetwijfeld afhangt van den N. cochlearis, hebben wij hier te doen met een deel der facialis-kern, dat een geheel zelfstandige beteekenis gekregen heeft. Tot nu toe is bij mijn weten een labio-glosso-pharyngeaal-paralyse bij doofstommen niet waargenomen.

Er is eindelijk nog een belangrijke klinische waarneming, welker beteekenis nog onlangs door M o n r a d-K r o h n uit Christiania scherp in het licht werd gesteld.

Bij de gewone hemiplegische facialis-verlamming in het gebied van den mond-lip-tak geldt de onbruikbaarheid der mond-lip-spieren in de eerste plaats voor de éénzijdige willekeurige innervaties, als tanden ontblooten, fluiten enz.. Daarbij kunnen somwijlen de mimische dubbelzijdige mondbewegingen, als lachen enz. volkomen correct worden uitgevoerd.

Dit feit onderstelt een andere innervatie naast de corticale. Zij is anatomisch ook wel eenigermate bekend.

Tot nu toe werd opzettelijk, niet dan terloops gesproken van het machtige vezelveld, centraal in de formatie reticularis grisea tegmenti, die door Wallenberg tractus stria-olivaris is genoemd. Het is echter niet mogelijk dit moeilijke en zeer samengestelde veld te bespreken eer een inzicht in den hypo-thalamus en in het striatum is verkregen. Daarom is de behandeling er van tot daar verschoven. Maar wel mag hier opgemerkt worden, dat ook daarlangs vezels, vermoedelijk afkomstig uit striatum en hypo-thalamus, naar den n. N. facialis afwijken.

Sluiten