Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

substantia grisea centralis ziet men een massieve vezelkruising (fig. 362 dee. rad. III) die kennelijk uit de dorsale kern ontspringt. Uit de ventrale kern gaan, lateraal door den fasciculus longitudinalis posterior heen, ongekruiste wortelvezels, welke oogenschijnlijk uit de ventrale kern komen.

In fig. 363, een afbeelding eener frontale snede (zie fig. 359 volgens lijn 2) door het middenstuk van den nucleus N. III, zijn de verhoudingen weêr anders geworden. De fasciculus longitudinalis posterior, die in het caudale einde der kern een zeer machtige bundel was, is door voortdurende afgifte van vezels aan de kernzuil, zeer in omvang afgenomen. Uit de kern gaan wortelvezels weg, zoowel laterale, dwars door den fasciculus longitudinalis posterior heen,

Schema van de kernzuil bij het konijn, wanneer éénzijdig rechts de N. oculomotorius en de N. trochlearis zijn uitgerukt. Wat de nucleus N. Til betreft: rechts gaan de cellen in de ventrale kern te gronde; links die in de dorsale kern. Links verdwijnen alle cellen in den nucleus N. IV. (Volgens von Gudden.)

als mediale, die in den ventralen uitlooper der substantia grisea centralis, dicht langs de mediale bundels van den lengtebundel, rechtstreeks en zonder kruising ventraal gaan. Zij schijnen regelrecht over te gaan in het dorsale gedeelte der kern (fig. 363 n. dors.), die hier dus, zooals zoo aanstonds zal worden uiteengezet, niet meer is wat wij als dorsale kern opvatten, maar de achterste afdeeling der ventrale kern, de nucleus ventralis posterior.

De ventrale kern (fig. 363 n. ventr.), eigenlijk de nucleus ventralis anterior, zendt in hoofdzaak laterale wortelvezels uit. Het groote verschil tusschen de in fig. 362 en in fig. 363 gegeven afbeeldingen is dat de wortelvezels, die

Sluiten