Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarentegen treedt er in het caudale kerneinde meer differentiatie op (fig. 369 A) en kan men er met eenigen goeden wil, een ventrale kern met stevige uitloopers tusschen de bundels van den fasciculus longitudinalis posterior, een dorsale kern en een daarmee samenhangende mediale kern onderscheiden. Kruisende wortelvezels vullen de middellijn op en scheiden de beide kernen ter weerszijde van elkander.

Uit de hier gegeven beschrijving der kernzuil van verschillende dieren blijkt wel voldoende, hoezeer het onmogelijk is, om zonder experimenten zich een oordeel te vormen over de plaatsing van de dorsale en ventrale door von Gudden onderscheiden kernen. Vooral bij die dieren, welke in de middellijn celgroepeeringen bezitten, gelukt dit niet.

Ten einde echter aan te toonen, dat toch dezelfde verhoudingen daar worden weergevonden, worden de veranderingen beschreven, die in de kern van den N. oculomotorius bij de kat worden gezien, wanneer 2 tot 3 maanden vooraf, de N. oculomotorius doorgesneden is.

Prof. M a g n u s was zoo vriendelijk op mijn verzoek bij eenige katten, den N. oculomotorius, vlak bij zijn uittreding uit denhersensteel, te doorsnijden en uit te rukken, nadat hij vooraf de hemispheer had weggenomen. De dieren bleven twee maanden en 10 weken leven. Dr. Lat u meten bewerkte die in zijn dissertatie over de oogspierkernen.

De daarbij verkregen resultaten zijn altoos dezelfde. Trouwens zij verschillen volstrekt niet van hetgeen reeds door S p i t z k a gezien was. In fig. 370 is dit resultaat, naar thionine-praeparaten van een aldus geopereerd dier afgebeeld. Aan de rechter zijde is de N. oculomotorius doorsneden en uitgerukt, vlak bij de uittreding uit den hersensteel. De cellen, die in de kernzuil aan weerskanten zijn overgeschoten, zijn stuk voor stuk met een prisma nageteekend en de eenige persoonlijk aangebrachte ingreep in fig. 370 is de lijn, die door de kernzuil is getrokken.

In het caudale stuk der kernzuil ziet men dan het volgende (fig. 370 A). 1°. De nucleus ventralis is aan de linker zijde (fig. 370 A v. v.) een kern met talrijke groote cellen. Rechts daarentegen (fig. 370 A v. atr.) vindt men langs den fasciculus longitudinalis posterior slechts enkele resten van stefk geatrophiëerde cellen. De meeste zijn geheel verdwenen. De verkleining van de rechter ventrale kern heeft aanleiding gegeven, eenerzijds tot verschuiving in dorsale richting van den fasciculus longitudinalis posterior. Bovendien is de rechter dorsale kern in ventrale richting gezakt, en heeft een deel der ruimte ingenomen, die te voren voor de ventrale kern beschikbaar was.

In het caudale kerngebied is dus de gelijkzijdige ventrale kern tot atrophie gebracht.

2°. De dorsale kern is daarentegen aan de rechter zijde onveranderd (fig. 370 A. d. d.). De linkszijdige dorsale kern heeft bijna alle cellen verloren of bevat slechts resten van atrophische cellen (fig. 370 A d. atr.). De linker intacte ventrale kern is tevens in het gebied der geatrophiëerde linker dorsale kern geschoven. Hetzelfde deed de rechtszijdige normale

Sluiten