Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het resultaat van dit alles is dus, 1°. dat ook bij de kat, evenals bij het konijn, de tegenstelling tusschen de dorsale en ventrale kern bestaat; 2°. dat de mediale kern-formaties grootendeels van de dorsale kern moeten worden afgeleid; 3°. dat de kern van W e s t p h a 1-E d i n g e r en de kern van Darkschewitsch geen wortelvezels uitzenden en dus niet tot de oorsprongskernen van den N. oculomotorius mogen gerekend worden.

Deze resultaten worden nog langs anderen weg bevestigd. Men kan bij de kat het ganglion eiliare (volgens A d d i s o n's methode) betrekkelijk gemakkelijk wegnemen.

Prof. Magnus was zoo goed dit bij twee katten voor mij te verrichten. De eene kreeg, dank zij den ingreep op de sympathische innervatie van het oog, een intensieve panophthalmitis van het geopereerde oog, de andere reageerde niet met stoornissen van de voeding van het oog. Beide werden 10 weken in leven gehouden. In beide gevallen was microscopisch vastgesteld dat het uitgenomen stuk het ganglion eiliare was. Evenwel was de proximale kernafdeeling van den N. oculomotorius onveranderd gebleven. Noch de kern van Westphal-Edinger, noch die van Darkschewitsch hebben eenige verandering getoond.

Fig. 371 geeft een nauwkeurige teekening naar een thionine-praeparaat door het proximale kerneinde eener aldus aan het linker oog geopereerde kat. Nergens is in de kern van Westphal-Edinger of van Darksche witsch eenig spoor van tigrolyse of atrophie van cellen te herkennen.

Bij deze experimenten heb ik meer uitvoerig stilgestaan, omdat zij in velerlei opzicht in lijnrechte tegenspraak komen met de studies van B e r nh e i m e r. Deze onderzoeker toch herhaalde, maar nu bij katten en apen, soortgelijke onderzoekingen als reeds door van Biervliet bij konijnen waren verricht, maar daarbij verkreeg hij resultaten, die volkomen afweken van die, welke door de voorafgaande onderzoekers waren verkregen. De door von Gudden en Spitzka en nu ook weer in deze bladzijden bevestigde tegenstelling tusschen een ventrale kerngroep voor gelijkzijdige en een dorsale (dorso-mediale) kerngroep voor gekruiste wortelvezels, wordt betwist, ofschoon nergens duidelijk blijkt, dat het grondexperiment — doorsnijding en uitrukking van den stam der derde hersenzenuw, dicht bij haar uittreding voldoende tot zijn recht is gekomen.

Ook meende Bernheimer te kunnen vaststellen, dat de kern van W e s t p h a 1-E d i n g e r bij apen aan de zijde der operatie te gronde ging, als de iris en de ciliair-streek werden weggenomen. Ondanks de opmerking van Obersteiner, dat tusschen deze spieren en de kern het ganglion eiliare ligt en dat het dus niet wel begrijpelijk is, hoe die kern tengevolge van dien ingreep te niet zou gaan, hield Bernheimer dit resultaat vin zijn werk staande.

Mij schijnt het waarschijnlijk toe, dat Bernheimer bij apen, waar de kern van V\ e s t p h a 1-E d i n g e r dikwijls onduidelijk, klein en inconstant is (zie fig. 369 c.) op proefdieren is gestooten, welke die kern nauwelijks bezaten.

Sluiten