Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze schemata worden zonder eenigen twijfel beïnvloed door de experimenteele gegevens, die door HensenenVölckersen door vonGudden verschaft zijn. Opmerkelijk echter is het, dat in eenige dezer schemata de localiaatie van den m. levator palpebrae superior in het proximale kerneinde is gedacht, niettegenstaande van Biervliet met groote stelligheid bij het konijn het meest caudale kerneinde voor die spier had gereserveerd.

Bernheimer, welke de experimenten van Gehuchte n-B iervliet bij katten en apen herhaalde, vond bij deze dieren daarentegen in de laterale en proximale afdeelingen der kern, cel-tigrolyse, zoodra de m. lev. palp. was weggenomen. Het schema, dat Bernheimer voor den mensch ontwerpt en dat ten deele op die experimenten berust, is in fig. 379 weergegeven. Het is echter dringend noodzakelijk, dat een revisie der experimenten plaats vinde en een poging worde gedaan om de elkander oogenschijnlijk tegensprekende resultaten met elkander te verzoenen. Want het gaat hier om een zaak van groot belang.

Ten einde den strijd over de localisatie dezer spier te verstaan, moet men echter met eenige klinische feiten rekening houden. Aan ieder klinicus met eenige ervaring is het bekend, dat bij een totale externe ophthalmoplegie, die met ptosis gepaard gaat, gewoonlijk, althans zeer dikwijls, ook wordt waargenomen dat de lijder de oogen niet kan sluiten.

Dit had tot de onderstelling geleid, dat in het caudale einde der oculomotorius-kern ook wel vezels zouden ontspringen, die op de door den N. facialis geïnnerveerde ooglidspieren (m. palpebralis sup. et inferior) inwerkten. Inderdaad is er over den facialis-bundel uit de oculomotorius-kern heel wat geschreven, en was er een tijd, dat men het bestaan van dien bundel (S i em e r 1 i n g) vrij algemeen aannam. Toch ontspringt er geen aandeel van den N. facialis uit de oculomotorius-kernzuil. Maar dit neemt niet weg, dat de klinische waarneming juist is.

De m. levator palpebrae is een spier, die in zeer verschillende synergieën ingaat. Onder bepaalde omstandigheden, bijv. bij het openen der oogen, kunnen de ooglid-spieren antagonisten zijn van den m. levator palpebrae. Wordt de m. levator palpebrae geïnnerveerd, dan worden tegelijkertijd de ooglidspieren ontspannen en omgekeerd als musculi palpebrales actief samentrekken, verslapt de m. levator.

Zoodra de m. levator verlamd is heeft er een zeer krachtige actieve innervatie plaats om het oog open te houden. Zij blijkt uit de krachtige innervatie van den m. frontalis, uit de versterkte rimpels in het voorhoofd, uit den hoogen wenkbrauw-stand, enz.

Het is nu zeer wel mogelijk, dat bij de krachtige innervatie om het oog actief geopend te houden, de mm. palpebrales, welker ontspanning tot de openingssynergie behoort, tot di doel maximaal ontspannen worden. De onderstelling van een facialis-oorsprong uit de oculomotorius-kern is dan onnoodig. Elke waarneming van ptosis moet derhalve, zal zij voor localisatie-doeleinden worden benut, zeer kritisch beschouwd worden, en dan nog zal de anatomische controle

Sluiten