Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met kennis van zaken, zooals bijv. Tsuchida. het deed, moeten geschieden.

Er heerscht op dit gebied namelijk groote verwarring en het is dan ook met het doel, om juiste anatomische controle bij menschen mogelijk te maken, dat standaard-teekeningen in fig. 372—378 ontworpen zijn.

Het kost niet de minste moeite uit de literatuur een aantal gevallen te verzamelen, waar de m. levator palpebrae verlamd was, bij localisatie in het caudale kern-einde. Zoo is bijv. het terecht beroemde geval van Wilbrand en Saenger met dubbelzijdige ptosis door J u s t i ge teekend,

in hun handboek aigebeeld (.Neurologie des Auges I. p. 89, fig. 40 en 41). Maar als men de teekening nauwkeurig beziet, dan zal het duidelijk zijn, dat de afgebeelde aplasie, de kern van den N. trochlearis en niet die van den N. oculomotorius betreft, en volkomen aan fig. 372 beantwoordt. Ook het beroep der schrijvers, dat de dubbelzijdige ptosis bij deze éénzijdige aplasie afhangt van de gedeeltelijk kruisende vezels van den N. oculomotorius, is alleen rechtmatig als het caudale kerneinde is getroffen.

Iets soortgelijks is het geval in het niet minder beroemde geval van L e u b e (Deutches Archiv für klin. Medicin Bd. 40 S. 217, Plaat III). De éénzijdige

ptosis wordt hier toegeschreven

Fig. 379.

li- , i j, , scnema van de groepeering der spieren in de

Z . r?en bl0edhaard cellen van den nucleus N. III. Volgens Bern-

(Haard II) m de laterale af deeling heimer.

der kernzuil. Bovendien is er een

bloedhaard (Haard I) precies in de middellijn, die echter nergens één enkele cel van de kern vernietigt. Het is duidelijk dat deze haard, caudaal van de mediane kern ligt, en dat de teekening er van ongeveer beantwoordt aan fig. 373.

Het zou niet moeilijk zijn om uit de literatuur een groot aantal gevallen te verzamelen, waarbij laesies in het caudale einde der laterale kern, ptosis in het leven hebben geroepen. Maar ook bij localisaties in het proximale einde der laterale kern werd dit gezien. Dat is begrijpelijk, want de m. levator palpebralis werkt bij het omhoog zien met vele andere agonisten, als m. fiontalis, m. rectus superior en m. obliquus inferior samen.

Maar het is ook gevaarlijk, als men in de kern naar een spier-localisatie wil zoeken.

Sluiten