Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oogsluiting op trigeminus-prikkels, het knip-reflex zonder meer, is oorspronkelijk een trigeminus-facialis-reflex, een beschuttings-reflex voor tactiele prikkels.

De reflectorische beschutting van het oog op optische prikkels, het latere dreig-reflex, is oorspronkelijk een schuilgaan van het oog naar boven onder het ooglid, met verslapping van den m. levator palpebrae.

Beide elementaire reflex-mechanismen zijn tot een onverbreekbaar geheel vereenigd. Thans gaat niet alleen het dreig-reflex, maar ook het knip-reflex met een rolbeweging van het oog naar boven gepaard.

Daarvoor is een dubbelzijdig schakel-apparaat noodig, waaraan tevens de centrale innervaties kunnen aangrijpen.

Het is nu volstrekt niet ondenkbaar, dat in de dubbelzijdige kern van Darkschewitsch zulk een aangrijpingspunt gezocht moet worden. De talrijke vezels uit deze kern naar den fasciculus longitudinalis posterior gezonden, komen dan tevens tot hun recht.

Aldus zou de vertolking van de bij-kernen luiden:

a. de waaiervormige kern, tusschenstation voor de beweging der oogen naar beneden;

b. de kern van W e s t p h a 1-E d i n g e r etc., tusschenstation voor convergentie, accommodatie, pupil-vernauwing;

c. de kern van Darkschewitsch, tusschenstation voor de beweging der oogen naar boven en voor de sluiting der oogen.

De hier uitgesproken onderstelling is in overeenstemming met het schema van fig. 378, maar is allerminst bewezen.

Daarnaast moet echter worden opgemerkt, dat de corticale innervaties van oneindig veel minder beteekenis zijn dan de sub-corticale centrale innervaties, zoowel bij de synergieën in het facialis-gebied, als in dat der oogspieren.

Houdt men vast aan de grondstelling, dat in de voortzetting der capsula interna naar de pyramide, de cortico-fugale innervatie voor de facialiskern slechts ten deele en die voor de oogspier-kernen in het geheel niet is gelegen, dan komt een eigenaardige tegenstelling voor den dag tusschen het pyramiden-stelsel en het stelsel der vezels in de pedunculi lemnisci van D é j é r i n e.

Het laatstgenoemde vezelstelsel voorziet kernen met een cortico-fugale innervatie, die een nog veel krachtiger innervatie uit andere, sub-corticale, gebieden ontvangen. De cortico-fugale innervatie treedt daarin op den achtergrond, in mindere mate bij de facialis-, zeer sterk bij de oculomotoriusinnervatie.

Dit stelsel voorziet dus

le. de mimische facialis-bewegingen. Dit wordt bevestigd door de oude waarneming van Sir William Gowers, die onlangs weer door M o n r a d-K r o h n naar den voorgrond is gebracht. Bij éénzijdige hemiplegische facialis-verlamming, blijft in den regel de mimische samen-

Sluiten