Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten derde, en dit is vooral merkwaardig, gebruikt deze systeem-combinatie een deel der groote verbinding, te weten het stuk „bind-arm — roode kern" als gemeenschappelij ken weg met haar. Daardoor wordt zij tot een aanschakelingsverbinding aan de groote kringver binding.

Soortgelijke aan de groote verbinding aangeschakelde verbindingen kennen wij er vele. Zoo kent men als aangeschakelde verbindingskringen:

1. achterwortels — funiculus posterior medullae — nuclei funiculi posterioris — gekruiste lemniscus medialis — laterale thalamus-kern — cortex cerebri pariet alis — capsula interna — centrale afdeeling pedunculi cerebri —pyramide — voorhoorn der medulla — voorwortels;

2. achterwortels — achterhoorn — tractus spino-thalamicusthalamus cortex parietalis cerebri — capsula interna — pedunculi cerebri — pyramide — voorwortels;

3. N. vestibularis — nucleus triangularis — fibrae tegmentocerebellares — nuclei mediales cerebelli — tractus uncinatus (Rissien Russell)— nucleus Deiter s der contralaterale zijde;

4. N. vestibularis — nucleus triangularis — pedunculus flocculicellen van P u r k i n j e met directen overgang in den nucleus triangularis.

Zulke, gemakkelijk in aantal te vermeerderen, systeem-combinaties van verschillende waarde, die op verschillende plaatsen aan de groote kringverbinding zijn vastgehecht, zijn aangeschakelde verbindingen van wel bepaalde, maar in tijd verschillende rangorde en in verschillende ontwikkelingstijdperken daaraan toegevoegd.

Bij een zoodanige opvatting is het cerebellum niet alleen een onderdeel van het zenuwstelsel, als ontvangapparaat van perifere impulsen, die het uitvoert, maar tevens een integreerend bestanddeel van het geheele samenvoegende zenuwstelsel. De beteekenis ervan is niet te verstaan, als men het niet beschouwt in verband met de kringverbinding en tegelijkertijd in samenhang brengt ook met de aanschakelingsverbindingen, waarvan het den invloed ondergaat.

De aanschakelings-systemen zijn allerminst gelijkwaardige systemen. Het oudere over het cerebellum loopende systeem heeft volmaakt andere waarde dan het jongere, dat aan de wandkwab is aangehecht, of als het systeem, dat over de cerebellaire kernen gaat en weer ouder is dan deze twee.

Maar wel wordt het duidelijk, dat de gedachte van H u g h 1 i n gJ a c k s o n omtrent reflexen, die zich op steeds hooger niveau afspelen, door zulk een boven elkander stapeling van aanschakelings-systemen, die ten slotte in een kringsysteem samenkomen, anatomisch tot voldoende uitdrukking komt.

Ook ziet men daarin een zekere chronologische volgorde van ontwikkeling, die een chronogene localisatie noodzakelijk zal maken.

De kringverbindingen, waaraan stelsels van zeer verschillende physiologische waarde zijn vastgekoppeld, openen mogelijkheden voor auto-regulatie,

Sluiten