Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In hoofdstuk I werd uiteengezet, hoe de Ammonshoorn-formatie verbonden was door de columna fornicis met het corpus mammillare en hoe uit een bepaalde celgroep, van dit middelpunt voor de reuk-hersenen, den bundel van Yicq d'Azyr, naar de voorste kern van het diëncephalon ging. Van hieruit gaan vezels naar de frontale hersenen, in het gebied der centrale kringverbinding.

Ook het olfactorisch zenuwstelsel blijkt langs een omweg en zeer zijdelings met het groote kringsysteem verbonden.

Behalve de directe aangeschakelde verbindingen, zijn er dus ook zeer belangrijke zintuigelijke combinatie-systemen zijdelings aan de groote kringverbinding toegevoegd. Inderdaad zou hier de vergelijking mogelijk zijn met een staat (de groote kringverbinding), die ambtenaren in directen dienst (de aangeschakelde stelsels) en ambtenaren in zijdelingschen dienst (de zijdelings verbonden stelsels) bezit. De direct aangeschakelde systemen zijn alle afkomstig uit liet sensu-motorische zenuwstelsel, het groote proprioreceptieve geheel. Van daar dat de groote kring verbinding in de eerste plaats kon worden aangezien als een mechanisme tot directe auto-regulatie van sensu-motorische reflex-combinaties. De zijdelings ingeschakelde systemen bewerken een minder directe, maar een zeer belangrijke indirecte auto-regulatie in de groote kring-verbinding.

Toch blijft, zelfs na deze toevoeging, er nog een rest over. Nog altijd is, al staat de beteekenis van het cerebellum als een integreerend bestanddeel van het geheel vast, die beteekenis nog niet in een volledig licht gesteld.

Immers al zijn pallium en cerebellum bij de verdere ontwikkeling aan elkander gebonden, toch speelt het reeds een rol bij de oudste vertebraten met hun primitief zenuwstelsel. Want het cerebellum is embryologisch een uitgroeisel van het vestibularis-zenuwstelsel en het verschijnt in vergelijkend anatomischen zin, dadelijk wanneer het vestibulo-laterale zenuwstelsel zich ontwikkeld heeft, nog vóórdat een pallium er is.

JudsonHerrick wijst er op, dat bij primitieve dieren, als Scyllium, het centrale zenuwstelsel nog uitsluitend bestaat uit neus-hersenen (eind-hersenen), oog-hersenen (mesencephalon), oor hersenen (heuvel van den N. vestibularis en van het lateraal orgaan), smaak-hersenen (lobi vagales) en huid-hersenen, zonder dat nog een zelfstandig combineerend apparaat: pallium + cerebellum, daarboven komt te staan.

In zijn eenvoudigsten vorm verschijnt dan het cerebellum als een uitgroeiing van het vestibularis-apparaat. Vermoedelijk speelt het dan reeds een rol bij de vereeniging van de verschillende zintuigelij ke indrukken met die, welke uit de proprio-receptieve en vegetatieve sphaeren afkomstig zijn.

Hoe zich nu, bij verdere ontwikkeling van het rhinencephalon en het striatum, het cerebellum gedraagt, of er en in dat geval, welke correlaties er tusschen beide ontstaan, moge men in het meesterwerk van vergelijkende anatomie van Dr. Kappers naslaan en bestudeeren.

Wel mag hier echter de vraag gesteld, of er bij de meer primitieve gewer-

Sluiten