Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velde dieren niet reeds een soortgelijk geheel, een veel meer primitieve, een veel oudere centrale kringverbinding bestaat met aan- en bij schakeling van de alleroudste systeem-combinatiën, dan bij de hoogere pallium-bezittende.

De natuur werkt immers altijd economisch.

Ik zal niet wagen een oordeel te vellen in de vraag, of er bij het rhinencephalon-, striatum-, mesencephalon-, myelencephalon-dier reeds een gesloten kring ver binding bestaat, door cerebellum — substantia grisea centralis — en striatum — gevormd, waarin het striatum de rol van cortex cerebri speelt. Daaromtrent is, meen ik, niets met voldoende zekerheid bekend en ben ik zeker niet tot oordeelen bevoegd.

Desniettemin zijn er in de architectoniek der vertebraten eenige verspreide feiten, waarmee men zal moeten rekenen.

Vooreerst is het opmerkelijk hoezeer de substantia grisea centralis, naarmate men in meer proximale richting gaat, in omvang toeneemt. In de medulla oblongata reeds zeer machtig, wordt zij rondom den Aquaeductus Sylvii nog meer ontwikkeld gevonden, om eindelijk in den wand van den derden ventrikel als een dikke laag den thalamus te bedekken en langs de basis als substantia innominata en perforata, aan striatum en rhinencephalon aan te sluiten.

Men krijgt den indruk, alsof het archipallium, cle globus pallidus, de oudste thalamus-gedeelten en de substantia grisea centralis bijeen behooren.

In de tweede plaats zenden de oudere gedeelten van den thalamus (Kappers) of het striatum (W a 11 e n b e r g) of de substantia grisea centralis vezels naar beneden, die als tractus centralis tegmenti of tractus stria-olivaris (W allenberg) door het middelste deel der substantia reticularis lateralis heen naar beneden loopt om de nuclei olivae inferiores te bereiken. Het is reeds beschreven, dat ook daar vandaan machtige olivocerebellaire systemen naar het cerebellum gaan.

In de derde plaats hangt de substantia nigra van het striatum af, op dezelfde wijze als de nieuwere thalamus-deelen van het pallium afhangen en verliest het na exstirpatie aan het striatum bijna alle cellen. Bovendien schijnt de substantia nigra een neo-cerebrale vorming te zijn (Kappers), later aan het oude systeem toegevoegd.

In de vierde plaats zendt het striatum, dat met krachtige verbindingen samenhangt met oudere thalamus-afdeelingen, door de striae van den globus pallidus de ansa lenticularis uit, die weer met de roode kern samenhangt.

Men zou uit deze verspreide feiten de meening kunnen verdedigen, dat bij het primitieve dier, rhinencephalon, striatum, oudste thalamus afdeeling en substantia grisea centralis een verbonden geheel vormen, waarvan een tractus stria-olivaris, via de olijfkern, naar het cerebellum voerde, om van uit het cerebellum langs de eerste sporen van een bovensten cerebellum-steel in de substantia grisea centralis terug te keeren.

De verdere ontwikkeling van het neo-cerebrum bracht daarbij een aangeschakeld systeem, dat door de substantia nigra heen naar het striatum en van daar, door de ansa lenticularis heen, in de roode kern terugkeerde.

Sluiten