Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar daargelaten of er een primitieve kringver binding bij het rhinencephalonstriatum-dier bestaan heeft, is echter dit vaststaand, dat de roode kern een punt is, waarin niet alleen de groote kring verbinding, maar ook een functioneel geheel van oudere herkomst samenkomt.

Het cerebellum is dus wel een integreerend onderdeel, een voorbeeld voor de samenvoeging van uiterst verschillende functies.

Genoeg echter om aan een enkel voorbeeld te doen uitkomen, hoe weinig de klinische behoeften gebaat zouden zijn met een orgaan-beschrijving er van, al was zij nog zoo nauwkeurig, wanneer niet tevens daarbij veel meer behandeld werd. »

§ 4. Indeeling bij de beschrijving van het zenuwstelsel als samenvoegend orgaan.

De beschrijving van het thans volgend gedeelte van het zenuwstelsel, kan dus geen orgaan-beschrijving worden. Desniettemin is het praktisch onmogelijk een indeeling der stof te geven als men de gangbare anatomische orgaan-indeeling verlaat. Deze kan moeilijk anders dan aansluiten aan de met historisch geworden namen genoemde onderafdeelingen, die de anatomie in het zenuwstelsel gewoon is van elkander te onderscheiden.

Zij zal aldus zijn:

Hoofdstuk XII. het Cerebellum.

Eerst wordt daarin de makroskopische en mikroskopische bouw van dit onderdeel besproken, dan de toeleidende banen en vervolgens de uitvoerende wegen. Voor zoover de toeleidende banen reeds besproken werden, wordt met een eenvoudige verwijzing volstaan, maar meer uitvoerige bespreking zal geëischt worden door de bruggekern-formatie en de uitvoerwegen.

Hoofdstuk XIII. De roode leem, het mesencephalon en de hypothalamus. Voortzettend de beschrijving van de uitvoerbanen uit het cerebellum zal het dan noodig zijn de roode kern aan een meer nauwkeurig onderzoek te onderwerpen. Daarbij zal echter de omgeving ter sprake komen. Het zal noodig blijken het mesencephalon, den hypothalamus en het striatum daarmee in verband te beschouwen.

Voorbereid wordt aldus de behandeling van het striatum en van het diëncephalon, waardoor hoofdstuk XIV en XV in beslag zullen worden genomen.

Deze drie hoofdstukken zullen echter een innigen onderlingen samenhang vertoonen.

Het heeft niet in den opzet van dit boek gelegen om ook een overzicht te geven van de celvelden in de hersenschors. Vooreerst zijn zij reeds dikwerf beschreven en zij waren, toen het plan voor dit boek werd ontworpen aan een ander Nederlandsch onderzoeker toebedeeld. Wanneer dus in hoofdstuk XVI over het telenoephalon wordt gehandeld, dan is het wederom in hoofdzaak te doen om de verbindingen en de mogelijke samenwerking met andere onderdeelen, met achterstelling der zoozeer belangrijke morphologie der schorsvelden, die een zeer groote uitbreiding van den opzet zouden eischen.

Sluiten