Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

HET CEREBELLUM EN ZIJN VERBINDINGSWEGEN.

§ 1. Inleiding.

In het vorige hoofdstuk werd een overzicht gegeven yan de argumenten, waarom de klinicus weinig gebaat zou zijn met een anatomische beschrijving der kleine hersenen, welke uitsluitend het karakter zou dragen eener orgaanbeschrijving.

De naam, cerebellum of kleine hersenen, aan dit onderdeel van het zenuwstelsel gegeven, kan hem niets zeggen, zoolang dit onderdeel beschouwd wordt onafhankelijk van andere onderdeelen van het zenuwstelsel.

Zelfs, wanneer bij een nauwlettend onderzoek mocht blijken, dat het cerebellum aan het eindresultaat van zijn samenwerking met andere onderdeelen iets kan toevoegen, wat uitsluitend eigendom van het cerebellum is en wat zonder dat door andere onderdeelen niet aan het eindresultaat kon worden gegeven dan nog zou orgaan-beschrijving alleen onvoldoende zijn om dit te verstaan.

Tot heden toe is echter nog geenszins het bewijs geleverd, al pleiten enkele bijzonderheden in zijn bouw er vóór, dat het cerebellum werkelijk zoo iets bijzonders verricht.

De naam bepaalt niet anders dan een scherp omschreven anatomisch onderdeel van het zenuwstelsel.

De zeer merkwaardige makroskopische vorm van dit onderdeel, de bouw er van, ook de mikroskopische, is uitvoerig en door de allerbeste onderzoekers bestudeerd. Zij hebben den makroskopischen en mikroskopischen bouw van de kleine hersenen van bijna alle gewervelde dieren onderling vergeleken.

Zij hebben de eigenaardige en samengestelde ontwikkelingsgeschiedenis van het cerebellum in alle richtingen nageplozen. Zij hebben hun aandacht geschonken aan de verdeeling der bloedvaten, die de voeding van dit onderdeel regelt en hebben er op allerlei wijzen op geëxperimenteerd.

Met de vaststaande resultaten van dit onderzoek behoort de klinicus vertrouwd te zijn. Hij behoort kennis te dragen van de vormbeschrijving

Sluiten