Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, met uitgangspunt in het cerebellnm van lemur was gegeven.

In al zulke schemata denkt men zich het cerebellum ontrold en gestrekt. In dat van Elliot Smith (fig. 387) is onmiddellijk zichtbaar, wat hij onder lobus anterior (vóór de fissura prima), wat hij onder lobus medialis (tusschen fissura I en fissura II) en wat hij onder lobus posterior (achter de fissura secunda) verstaat.

In den lobus anterior vindt men twee aan de fissura prima evenwijdige groeven, die dus drie lobjes afscheiden, overeenkomend met a. lingula -fvinculum linguae, b. lobulus centralis -f- alae lobuli en c. culmen -f- lobuli quadrati anteriores der oudere schrijvers.

Van tegenstelling tusschen worm en hemispheer is geen sprake. In de volwassen menschenhersenen is de sulcus superior anterior de hoofdgroeve, niet de sulcus horizontalis. Wat vóór de fissura I ligt, wordt door een groot aantal evenwijdige, transversale lamellen-platen gevormd.

Die transversale rangschikking blijft in den lobulus medialis cerebelli aanvankelijk behouden tot aan de fissura post-lunata toe. De area lunata, met de area supra-pyramidalis verbonden, vormt een eenheid. Zij komt overeen met den lobulus quadratus posterior. Het middenstuk er van, declive, folium en tuber vermis (namen die gevoeglijk kunnen verdwijnen) beantwoordt aan de area supra-pyramidalis. Het geheel komt, zooals wij weldra zullen zien, met Bol k's lobulus simplex lobi posterioris overeen.

In het caudaal hiervan gelegen cerebellum-stuk hebben de zooeven besproken groeven het volgende gebracht. De area pterygoidea en de area post-pterygoidea, de lobuli semilunati der oudere, nemen een eigen plaats in, zonder eigenlijken samenhang met den worm.

Daarentegen wordt de worm, reeds in de pars supra-pyramidalis, scherper afgescheiden door een dal, de paravermis van Elliot Smith. De lobus biventer en de tonsilla worden dientengevolge van den pyramis afgescheiden, ofschoon de fissura supra- en para-pyramidalis samenvloeien.

Tot den lobus posterior cerebelli behooren dan uvula, nodulus en de formatio flocculi.

Ofschoon het uitgangspunt een geheel ander is, is het wel opmerkelijk, dat kort voordat Elliot Smith zijn, op embryologische gegevens steunend, cerebellum-schema had meegedeeld, Bolk, die aan de hand der vergelijkende anatomie werkte, een in veel opzichten daarmee overeenstemmend bouwplan der kleine-hersenen aannam. Wel verwerken ook beide schrijvers vergelijkende anatomie — Smit h's uitgangspunt was het cerebellum der edentata, Bol k's uitgangspunt dat van lemur —, maar hun gedachtengang is een geheel andere. Des te opmerkelijker is de overeenkomst in hun resultaat, zooals duidelijk blijkt, als men het schema van Elliot Smith (fig. 387) met dat van Bolk (fig. 388) vergelijkt.

Ook voor Bolk is de fissura prima of, zooals hij deze groeve noemt, de sulcus primarius (fig. 388 s. prim.), de constante, bij alle zoogdier-cerebella voorkomende groeve. Daarom is deze, phylogenetisch constante en ontogene-

Sluiten