Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het begin eener fissura postpterygoidea nog geen enkele groeve te vinden.

Bolk acht dan ook de overeenstemming van zijn schema met dat van Elliot Smith ook ten opzichte van den lobulus lateralis posterior zeer groot. Immers ook Smith herkent in den paravermis de groeve, die Bolk als fossa paramediana beschrijft. Vat men Smit h's area para-pyramidalis op als een aequivalent voor Bo 1 k's lobulus paramedianus en denkt men zich de area pterygoidea en post-pterygoidea te zamen als te vertegenwoordigen den lobulus ansatus van Bolk, dan is men inderdaad tot groote overeenstemming gekomen.

Aangezien echter Smith op goede gronden verdedigt, dat uit de area

para-pyramidalis niet alleen de lobulus biventer, maar ook de tonsilla ontstaat, dan zou op die wijze de lobulus lateralis posterior bij den mensch een geduchte uitbreiding verkrijgen. Zij zou met den lobulus ansatus de beide lobuli semilunati opslokken, bovendien met den lobulus paramedianus, den lobulus biventer en de tonsilla toegewezen krijgen, hetgeen overigens uit klinische overwegingen geenszins onmogelijk is.

Het aantrekkelijke in de meeningen, die door Bolk zijn verdedigd, wordt bepaald door de gedachten, die er aan ten grondslag liggen. Vooreerst de poging, om van het lemur-cerebellum uit, één algemeen bouwplan voor het cerebellum door alle zoogdieren heen te ontwikkelen.

Bij alle zoogdieren is de aanwezigheid van een onparigen lobus anticus vast te stellen. Phylogenetisch zeer oud, kan men zich in die lob één enkel ontwikkelings-middelpunt denken, dat loodrecht staat op de in dien lob uitsluitend trans¬

versaal geplaatste lamellen-platen.

Bolk tracht dit voor te stellen in een lijn-schema, dat voor lemur uitgedacht, voor alle zoogdieren geldt. In dit schema (fig. 390) geeft één enkele lijn 1—2 de ligging van het ontwikkelings-middelpunt voor den lobus anticus. Dit eenvoudig schema blijft nog gehandhaafd in het voorste deel van den lobus posterior en wordt voor den lobulus simplex weergegeven door de lijn 3—4. In het achterste deel van den lobus posterior plaatst zich naast het eerste ontwikkelings-middelpunt een tweede, dat zijdelings er van is gelegen.

Het eerste zet zich regelmatig in de middellijn voort en vindt zijn uitdrukking in de wording van den lobulus medianus posterior, lijn 12. Het

WlNKLEH III. 9

Fig. 390.

Schema van de ontwikkelings-middelpunten in het cerebellum van lemur albifrons volgens Bolk.

1-2. lobus anticus.

3-4. lobulus simplex.

12. lobulus medianus posterior. 4-5-6. lobulus ansatus.

6-7. lobulus paramedianus. 7-11. formatio vermicularis.

7-8. crus circumcludens.

8-9. flocculus.

9-10. lobulus petrosus.

11. truncus terminalis.

Sluiten