Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlak worden verlangd. Zoolang de thermische prikkels in te sterke mate op één N. vestibularis inwerken en het centrale orgaan toevloeien, zoolang dus de nystagmus bestaat, is dit niet meer het geval. Bepaalde toniseerende vestibularis-invloeden zijn dan versterkt. Daarom wijkt de in het vertikale vlak op en neer bewogen vinger, bij inspuiting in het linker oor naar links af. Het meest de vinger gelijkzijdig aan den geprikkelden N. vestibularis, maar ook de tegenovergestelde. De in het horizontale vlak op en neer bewogen vinger wijkt gewoonlijk naar beneden af.

B a r a n y denkt zich, dat de tonus-versterking door prikkeling van den N. vestibularis, door tusschenkomst van het cerebellum wordt geregeld. \ oor de normale richting in de beweging eener extremiteit, eischt hij op elk oogenblik van haar bestaan evenwicht van 4 onderling samenwerkende tonuscomponenten. Een tweetal daarvan werkt in het horizontale vlak, (buiging — strekking, of flexie — extensie-componente). Het andere tweetal werkt in het verticale vlak (afvoer — aanvoer of abductie — adductie-componente).

Door het surplus van bepaalde impulsen uit den linker N. vestibularis, worden de linkszijdige abductie-componenten versterkt (dus afwijking der verticale beweging naar links), evenzoo de linkszijdige flexie-componenten, dus afwijking der beweging in het horizontale vlak naar beneden.

Hij neemt in het cerebellum twee toniseerende centra aan, een voor abductie-addüctie en een voor flexie-extensie. Zij zouden op een bepaald gedeelte van het cerebellum worden aangetroffen. Dit gedeelte is het stuk van het cerebellum, dat tegen den achterwand van het rotsbeen rust. Gaat het door absces-vorming verloren, of moet het bij oorlijden worden weggenomen, dan zou B a r a n y's miswijzing der bovenste extremiteiten, na inspuiting van koud water in de gelijkzijdige uitwendige gehoorgang verloren gaan.

Een der meest bewijzende gevallen, die B a r a n y te dezen opzichte mededeelt, is een patiënt, wiens rechter trommelholte was opgevuld door een cholesteatoma. Na verwijdering dezer massa werd het bloote cerebellum gezien, slechts bedekt door dura mater en de papierdunne beenlaag, die van het rotsbeen was overgeschoten. Deze patiënt, met intact labyrinth en met intact cerebellum, was voortreffelijk in staat om de wijsproeven met gesloten oogen te verrichten. Miswijzing bestond niet. Wanneer evenwel het blootliggende cerebellum-stuk met ijs of chlooraethyl werd bevroren en daardoor functioneel buiten werking werd gesteld, dan werden spontaan wijsbewegingen in het horizontale vlak steeds te hoog uitgevoerd. Met gesloten oogen kwam de zieke dan ongeveer 10 c.M. boven het doel terecht, dat hij wenschte te bereiken. De spontane wijsbeweging is uiteraard verschillend van de reactieve wijsbeweging op calorische prikkels van den N. vestibularis. Barany meent, dat hij op soortgelijke wijze als Trendelenburg bij bevriezing der hemispheer-schors, door het bevriezen der kleine hersenen een centrum buiten werking heeft gesteld, dat bestemd is den tonus naar beneden in het horizontale vlak te onderhouden, een flexie-tonus dus. Op het rotsbeen ligt

Sluiten