Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan een snede door den lobus anterior cerebelli van een menschelijk foetus van 23 c.M., welke met carmijn en haematoxyline dubbel is gekleurd.

Eerst nadat dit stadium bereikt is, beginnen zich uit de lamina granularis externa de cellen van P u r k i n j e, als grootere neuroblasten te differentiëeren. Maar als dit gebeurt, verdwijnt in de diepe laag de korrel-arme tusschenzone weer. Van dat tijdstip af is weer een enkelvoudige lamina granularis cerebelli secunda gevormd. Deze blijft definitief, al is zij ook nog niet af. Want naast haar bestaat nog altijd de lamina granularis superficialis en doet voortdurend haar invloed gelden, door korrel-migratie, op de ontwikkeling der dieper gelegen korrellaag. Met de ontwikkeling der cellen van P u r k i n j e verandert ook de lamina molecularis. Zij wordt breeder en men kan daarin twee onderscheiden zonen waarnemen. De buitenste, tegen de lamina superficialis gelegen zone, kleurt zich met carmijn of haematoxyline niet of weinig. Zij blijft dus helder rose. De diepe, tegen de cellen van P u r k i n j e aangelegen zone, kleurt zich op dit oogenblik daarmee intensief, diep rood of blauw.

Gelijktijdig, d. w. z. tegen het einde der 7de foetale maand begint op groote schaal een verhuizing van cellen uit de lamina superficialis naar de diepte. Men vindt dan in de steeds breeder wordende lamina molecularis, talrijke, in radiale rijen geplaatste korrels, die in de jongere stadia nog niet werden gevonden. Fig. 398 A en B geeft afbeeldingen van deze latere stadia, nadat de driedeeling der lamina granularis reeds voorbij is gegaan. Zij zijn ontleend aan een menschelijk foetus van 47 c.M. lengte. In A, het jongere gedeelte uit den lobus ansiformis, zijn de cellen van P u r k i n j e nog niet alle gerijpt, de lamina molecularis is smal en korrels ziet men daarin weinig, de lamina superficialis is breed en bestaat uit 5—6 rijen cellen. In B, uit een ouder gedeelte, uit den lobulus medialis posticus, naast de fissura praepyramidalis, staan de cellen van Purkinjein gesloten gelederen, de lamina molecularis is veel breeder, is rijk aan in radiale rijen geplaatste korrels en de breedte der lamina superficialis is verminderd, daar zij nog slechts 3—4 rijen bevat.

Bovendien beginnen zich thans ook de vezels in de spaken met merg te bekleeden. Terwijl dit geschiedt verhuizen steeds cellen uit de superficiëele laag naar de diepte. Deze verdwijnt langzaam, voor verreweg het grootste deel tengevolge der celverplaatsing, voor een klein deel ook door omvorming der cellen tot rand-glia. Volledig is de vorm, dien men bij den volwassen mensch vindt eerst in de 8ste maand na de geboorte bereikt. In den cortex cerebelli kan men dus aan de hand der hier beschreven feiten, een aantal op elkander volgende ontwikkelings-stadia onderscheiden.

Men mag aannemen, dat het jongste stadium het tijdperk is, waarin nog slechts een lamina superficialis, een helle zone en een breede gelijkmatig gevulde lamina granularis secunda bestaat. Het wordt gevolgd door een tweede stadium, dat zijn kenmerkende eigenschap ontleent aan de driedeeling der lamina secunda. In een nog ouder derde stadium verdwijnt de driedeeling weer. Bovendien verschijnen dan onder den invloed van de ontwikkeling der cellen

Sluiten