Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

argumenten vóór een groei door intussusceptie. De resultaten der pathologische anatomie bij de hemi-atrophia cerebro-cerebellaris schijnen mij vrij voldoende in overeenstemming te zijn met die der ontogenese van schors- en mergscheede-vorming in het cerebellum.

Toch is onze kennis omtrent de wijze, waarop deze secundaire hemiatrophia cerebelli ontstaat nog niet zoover gevorderd, dat wij ons daarover een in alle opzichten bevredigende voorstelling kunnen maken. Gewoonlijk redt men zich met de onderstelling, dat wanneer de cerebro-pontine stelsels wegvallen op zoo jeugdigen leeftijd dat er nog van geen mergvorming sprake is, de omstandigheden gunstig zijn voor een tertiaire atrophie in de gelijkzijdige kernen der ventrale pons-formatie, waarmee dan tevens de ponto-cerebellaire verbindingen verdwijnen. Daarbij ondervangt men niet volkomen het bezwaar, dat ook de cellen van P u r k i n j e en de korrellaag in dit geval plaatselijk geheel te niet gaan. Bovendien blijven er aan de zijde der cerebrale laesie altijd ook een zekere hoeveelheid cellen in de kernen der ventrale pons-formatie over. Hierop zal eerst later worden teruggekomen.

Daarom moet men toegeven, dat er bij de hemi-atrophia cerebro-cerebellaris een aantal, ons tot nu toe, onbekende factoren meewerken, die dit lijden minder geschikt maken om bewijzend mee te spreken in het vraagstuk naar de plaatsing van oud en jong cerebellum. Wegcijferen mag men daarom die gevallen nog niet.

Er bestaan echter ook z.g. primaire atrophieën van het cerebellum en de studie van deze ziekten is voor het vraagstuk „groei door intus-susceptie of juxta-positie van grooter belang. Zij kunnen zijn aangeboren of verkregen, dubbelzijdig of halfzijdig, algemeen of partiëel, verbonden aan algemeene atrophie van het zenuwstelsel, het ruggemerg daarin begrepen, of zonder dergelijke combinatie. .

Sedert P. M a r i e de aandacht vestigde op de groote klinische beteekenis der z.g. hereditaire cerebellaire ataxieën, is het vraagstuk naar de oorzaak der primaire cerebellaire atrophie aan de orde gebleven. Sedert Edinger en C o m o 11 y een schema hebben gegeven, hoe zij zich in het menschelijk zenuwstelsel de verdeeling tusschen het jonge en oude cerebellum hebben gedacht, zijn voor het eerst door Vogt en Astawaraturow, maar verreweg het scherpst door Brouwer, pogingen gedaan om de studie dezer gevallen voor die onderscheiding te gebruiken.

Het komt mij voor, dat een groot aantal der z.g. primaire cerebellaire atrophieën voor dit doel niet bruikbaar zijn. Dit geldt vooreerst voor de z.g. agenesieën, vooral wanneer zij, zooals regel is, met heterotopie der grijze stof gepaard gaan.

Maar er bestaat een groep van primaire cerebellaire atrophieën, die men gewoonlijk de olivo-pontine cerebellaire atrophieën noemt, welke voor ons doel zeer bruikbaar zijn.

Brouwer heeft een zoodanig geval van éénzijdige atrophie beschreven en vastgesteld; vooreerst, dat de atrophie in het cerebellum zeer ongelijk-

WINKLER IIJ. , ,

Sluiten