Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matig verdeeld was. Teekende hij de sterk geatrophiëerde plekken in de schemata, zooals zij eenerzijds door Bolk, anderzijds door E d i n g e r waren gegeven, dan scheen het duidelijk te spreken, dat er tusschen de door E d i n g e r vooral op grond der vergelijkende anatomie opgebouwde onderscheiding van palaio-cerebellum en neo-cerebellum en de atrophie der kleine hersenen, een groote overeenstemming bestond. Maar meer nog blijkt er uit

u

Fig. 403.

De uitbreiding der neo-cerebellaire atrophie volgens Brouwer, geteekend in de schemata van Bolk en Edinger.

1. Schema van Bolk.

2. Schema van Edinger.

(Palaio-cerebellum gestippeld).

3. De uitbreiding van Brouwer's atrophie geteekend in het schema van Bolk.

(Neo-cerebellum gestippeld).

4. Dezelfde geteekend in het schema van Edinger.

(Neo-cerebellum ge pikkeld).

hoe groote overeenstemming er eigenlijk tusschen de schemata van Edinger en Bolk bestaat (zie fig. 403). Brouwer aarzelde dus niet om te spreken over een neo-cerebellaire atrophie, in zijn geval halfzijdig en ik was. in ander verband, reeds in de gelegenheid om in Deel I, p. 348, fig. 163 een afbeelding er van te geven. Tn dergelijke gevallen schijnt in de eerste plaats

Sluiten