Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag worden. Elke doorsnede door een lamel uit den cortex cerebelli, bijv. volgens N i s s 1 gekleurd, leert, als zij dun genoeg is, minstens een drietal morphologische éénheden in de korrellaag onderscheiden. Vooreerst ziet men daarin cellen, de meeste, die een zeer groote kern bezitten, zoodat er slechts een smalle randzone overblijft voor het cel-protoplasma. De kern zelf bezit een nog al gecompliceerde teekening der chromatophiele substantie, waardoor het aanwezige kleine kernlichaampje dikwijls bedekt en onduidelijk wordt. Fijne gekleurde draden verbinden verschillende ophoopingen van chromatophiele substantie, zoodat men in twijfel komt, of men wel aan één dier ophoopingen den naam kernlichaampjes mag geven (fig. 422c). Deze cellen zijn C a j a I's dwerg-cellen.

Maar behalve deze cellen komen er in de lamina aranularis nog andere

Deze cellen hebben veel meer celplasma, meestal in één richting overwegend, zoodat zij een wigvormige gedaante bezitten. De kern is groot, ligt excentrisch, is éénvoudig van structuur, bevat bijna geen of zeer weinig chromatophiele draden, maar is in het bezit van een zeer groot kernlichaampje. Behalve in de lamina granularis vindt men dezen celvorm ook in de lamina plexiformis terug. Zij zijn de cellen van G o 1 g i (fig. 422a.).

En eindelijk blijven er tusschen de cellen, ongekleurde vlekjes over, die bij sterke vergrooting een fijnkorreligen bouw vertoonen, ofschoon in het N i s s 1-praeparaat de kleurstof nauwlijks door die korreltjes wordt opgenomen. Wel is dit het geval als men met eosine kleurt. Die vlekjes dragen den naam van de eosinophiele glomeruli van Held. Zij zijn de uitdrukking van de synaps tusschen de mosvormige rosetten van de mosvezels en de eind-

vertakkingen der dendrieten van de dwerg-cellen (fig. 4226). Want in het G o 1 g i-praeparaat vertoonen zich deze dwerg-cellen als zeer bijzondere elementen. Zij zijn in het bezit van drie tot vier korte dendrieten, die zich vlak bij de cel oplossen in de eigenaardige, verdikte, vinger- of klauw-vorm vertoonende, einddraadjes (fig. 423).

Deze digitiforme dendrieten-vertakkingen passen juist in de uithollingen der mosachtige rosetten der mosvezels, op de wijze zooals vingers in een handschoen passen. De synaps tusschen de mos vezel en de dendriet der dwergcel is een zeer innige synaps en de glomeruli van H e 1 d zijn in het cel-praeparaat de uitdrukking van deze synaps. Deze synaps is echter nog al samengesteld, omdat zij in het bezit is van een groot aantal eosinophiele korrels, wat niet aan alle synapsen eigen is. Het G o 1 g i-beeld van deze synaps is afgebeeld in fig. 418. 3a.

cellen voor.

Fig. 422.

Teekening van een Ni ss 1-praeparaat der lamina granularis.

a = cellen van Golgi.

b. = glomeruli van Held.

c. dwerg-cellen van C aj a 1.

Sluiten