Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij gaan deels langs de laterale oppervlakte van den bulbus heen, als de distale celband van Essick (fig. 404, p. 164), uit welken zich de oliva inferior en de nucleus arcuatus vormen. Deels ook gaan zij dwars door het laterale oblongata-gebied heen om tot den gelijkzijdigen nucleus funiculi lateralis uit te groeien.

Deze wegen worden samengevat in den naam b u 1 b o-cerebellaire wegen.

Er zijn er verscheidene:

le. de tractus olivo-cerebellaris, uit de kernen der olijven, die in Deel I, fig. 165 in schema is gebracht;

2e. de tractus tegmento-cerebellaris uit den nucleus proprius corporis restiformis en uit den nucleus funiculi lateralis;

3e. de tractus arcuato-cerebellaris uit den nucleus arcuatus, die deels langs de oppervlakte, de uiterste fibrae arcuatae helpt vormen, deels door den raphe heen, langs de stria medullaris ventriculi IV loopt en in den pedunculus flocculi overgaat.

Al de hier besproken kernen ontleenen hare aanvoerende impulsen niet direct aan wortelvezels. Zij zijn weder aan te zien als tusschen-geschakelde kernen, die eensdeels uit lagere niveaux, anderdeels uit hoogere niveaux aanvoerende banen opnemen. De axonen harer cellen gaan in cerebellopetale richting.

Zoo ontvangen bijv. de olijfkernen uit het ruggemerg een baan, die in deel II, p. 219 onder den naam van tractus spino-olivaris of driezijdige baan van He llweg is vermeld geworden. Maar tevens ontvangen zij uit hoogere niveaux vezels, die onder den naam van het centrale tegmentum-veld of tractus stria-olivaris van Wallenberg door M a r c h i-degeneratie zichtbaar zijn te maken. Het is hier nog niet mogelijk op dien weg in te gaan. Want bij de beschrijving van den hypo-thalamus, van het striatum en het oudste deel van het di-encephalon moeten nog een zeer groot aantal details worden behandeld, waarvan de kennis noodzakelijk is om over de beteekenis van dien weg een oordeel te kunnen vellen. Geenszins is hieromtrent het onderzoek afgeloopen. Ware het geoorloofd als vaststaand aan te nemen, dat de tractus stria-olivaris het striatum met de olijf-kernen en den nucleus funiculi lateralis verbond en dat de baan van Heilweg, het ruggemerg met de olijf-groep vereenigde, dan begrijpt men wat men verstaat door de uitdrukking van tusschen-geschakelde kernen. Uit de cellen der olijf-kernen ontvangt het cerebellum dan de axonen als toevoerende vezels en zou dus het gemeenschappelijke, uit ruggemerg en striatum afkomstige, resultaat kunnen verwerken.

Wat den nucleus arcuatus aangaat, zoo behooren zij ten deele reeds tot de volgende vezelgroep.

III. In de derde plaats wordt verreweg het grootste aantal cerebelloPetale vezels, bij den mensch tenminste, gevonden in het brachium pontis. ZiJ zÜn vezels, afkomstig uit kernen, die door het neo-pallium worden beheerscht.

Zij zijn de pont o-cerebellaire verbindingswegen.

Sluiten