Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bodem van den IVden ventrikel lateraal-waarts, ten einde in een ietwat meer distaal niveau in den pedunculus flocculi over te gaan.

Door F u s e is reeds opgemerkt, dat deze bundel met andere transversale bundels aan de ventrale zijde van den hersenstam vicariëeren kan, want hij is zeer variabel.

De beteekenis dezer basale bundels en der stria medullaris ventriculi IV is in hoofdstuk IX bij de bespreking der aberrante pyramide-vezels uitvoerig behandeld en zij zijn in fig. 352 afgebeeld. Deze bundels zijn phylogenetisch van zeer jongen datum. Hun vezels gaan dan ook geenszins alle naar den flocculus, een groot aantal ervan sluit zich ook aan het bracchium pontis aan

Zooveel staat echter vast, dat in den flocculus-steel twee zeer verschillende systemen samenkomen: een zeer oud en een zeer jong stelsel. De tractus vestibulo-floccularis, het oude stelsel, overweegt, de tractus arcuato-floccularis, het jongere stelsel, is er veel minder krachtig. Het oudere stelsel is weinig gevoelig voor schadelijke invloeden, het jongere waarschijnlijk meer.

Het oude stelsel wordt zelden door ziekte aangetast althans bij de meest voorkomende vormen der kleine-hersen-atrophie. Het jongere zeer dikwijls, en in fig. 431. B. is een afbeelding gegeven van de raphe, als de stria medullaris ventriculi IV, zooals bij de olivo-pontine vormen der cerebellaire atrophie regel is, te gronde is gegaan. In zulke gevallen wordt het oudere stelsel in den pedunculus flocculi geïsoleerd en blijft daarin als ongedeerde rest over.

Behalve de pedunculus flocculi loopen echter in het corpus juxta-restiforme nog andere belangrijke verbindingen met het cerebellum.

Naarmate men in normale opeenvolgende doorsneden, den overgang van het corpus restiforme in de centrale mergmassa van het cerebellum, in proximale richting, onderzoekt, ziet men, zoodra de pedunculus flocculi niet meer getroffen wordt, het ovale veld van het corpus restiforme afbuigen naar het cerebellum (fig. 432cr I en cr II).

De machtige brugge-arm heeft zich tusschen corpus restiforme en flocculus ingeschoven. Het laterale deel van het ovale veld (fig. 432cr I) dringt in dorsolaterale richting op, om zich langs de latero-ventrale zijde van het amiculum nuclei dentati te plaatsen.

Terzelfder hoogte ontwikkelt zich geleidelijk het brachium conjunctivum cerebelli uit den hilus van den nucleus dentatus en wordt de zijwand van den vierden ventrikel zeer samengesteld (fig. 433, fig. 435, fig. 436).

Want niet alleen wordt hij op dat oogenblik gevormd door den nucleus dentatus en den daaruit ontsprongen bovensten kleine-hersensteel, maar ook de nucleus embohformis en zelfs de nucleus globosus dringen uit den dorsalen ventrikel-wand nog een eindweegs lateraal van den ventrikel (fig. 433). Terwijl deze veranderingen zichtbaar worden, blijft aanvankelijk de binnensteel, nadat de pedunculus flocculi daaruit is verdwenen, onveranderd. Men vindt daarin terug de groepen vezels, die men als mediale en laterale vezelbundels kan onderscheiden en die reeds in Deel II als tegmento-cerebellaire stelsels zijn beschreven. Deze vezels zijn afgebeeld in fig. 172 (p. int. c. r.), fig. 174

Sluiten