Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij kon niet gecorrigeerd worden door inspuiting van koud water in het linker oor.

Bij het reactief mis wij zen na inspuiting van de linker gehoorgang gelukte het nog wel, om de gewone reactie op den gelijkzijdigen arm te krijgen, maar het gelukte niet den gekruisten arm naar links te doen afwijken.

Dit gebeurde, omdat de verbinding van den linker nucleus triangularis met den rechter nucleus Deiters verbroken was.

De tumor werd ook daar ter plaatse gevonden, zooals in fig. 439 is afgebeeld in een snede, welke het meest distale einde van den tumor treft.

Toch is dit geval niet streng bewijzend te achten, omdat op verschillende plaatsen in het cerebellum rechts en links nog andere tuberkels werden gevonden. Wel ben ik persoonlijk van meening, dat de verschijnselen van kleine gezwellen in de kleine-hersenen zelf in den regel zoozeer volkomen gecompenseerd worden, dat zij zich aan de klinische waarneming onttrekken; maar toch doen zij afbreuk aan de bewijskracht.

3. De spinale verbindingen.

Over de spinale verbindingen met het cerebellum kan ik hier zeer kort zijn, daar zij in deel I, bij de bespreking der lange ascendeerende ruggemergbanen behandeld zijn (deel I, p. 221, fig. 120 en fig. 122.).

Hier moge herhaald worden:

le. de dorsale spino-cerebellaire baan ontspringt uit de gelijkzijdige zuilen van C 1 a r k e en gaat langs den dorsalen rand der zijstreng omhoog. Synoniem is haar benaming als F 1 e c h s i g's „Kleinhirn-Seitenstrangbahn". Aan het distale einde der medulla oblongata verlaat deze bundel zijn plaats, slaat zich in dorsale richting om den tractus spinalis N. V. heen (stratum A r n o 1 d i), bereikt de latero-dorsale oppervlakte der oblongata en vormt een deel van het ovale veld in het corpus restiforme.

In dit veld wordt de bundel door de aandringende vezels van het bulbaire cerebellaire stelsel omvat, neemt spoedig plaats in het centrum van dit veld en wijkt naar de kleine-hersenen af in de schors van de worm-gedeelten, die vóór de fissura prima en daaromheen gelegen zijn.

2e. De ventrale spino-cerebellaire baan, één der samenstellende deelen \an den bundel van G o w e r s, stijgt langs de ventrale oppervlakte der zijstreng in het ruggemerg omhoog. Deze bundel ontleent uit de gekruiste celgioep in den achterhoorn haar vezels. Zij kruisen in de commissura posterior medullae. De bundel blijft in de medulla oblongata zijn laterale en oppervlakkige plaats behouden, ligt dus aan de laterale oppervlakte (aberrirendes Seitenstrang-bündel, M o n a k o w's veld) en slaat zich eerst daar, waar de N. trigeminus naar buiten treedt om den ventralen rand van den tractus spinalis N. V. heen. Vervolgens loopt hij in dorsale richting totdat hij dorsaal op het brachium conjunctivum cerebelli een plaats heeft gevonden. Hij wendt

WINKLER III. 1K

Sluiten