Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Y oorts ontwikkelen zich ook lateraal van de peri-pedunculaire celgroepen, de nuclei laterales pontis.

Tengevolge van de toeneming der vezels in het stratum complexum ontstaan ook lateraal van de pedunculaire kern vrij stevige laterale vezelbundels, welke in een gezamenlijken stam naar den brugge-arm streven (fig. 448 str. complex b). Aldus wordt een laterale cel-groepeering van de pedunculaire kern afgesplitst en tegelijkertijd in twee deelen gescheiden.

De eene, de eigenlijke nucleus lateralis, is zoowel van den nucleus ventralis als van den nucleus peduncularis door bepaalde vezelbundels uit dit gedeelte van het stratum complexum afgegrensd en vertoont overigens in celbouw veel overeenkomst met de ventrale kern.

Maar door de zeer stevige vezelbundels, die in den brugge-arm overgaan en de kern aan de dorsale zijde afgrenzen, vormt die laterale kern in den brugge-arm een ver dorsaalwaarts doordringenden dorsalen uitlooper.

De andere, de nucleus dorso-lateralis, die in zijn structuur meer aan de pedunculaire kern herinnert, reikt dorsaalwaarts tot aan den lemniscus. De cellen dezer kern zijn vrij groot en liggen, vooral in haar proximale einde gescheiden door transversale vezels, ver uiteen. Al deze dorsaal van het stratum complexum ventrale gelegen transversale vezel-massa's kan men samenvatten als stratum complexum dorsale.

Intusschen zijn bij het konijn de vezels van het stratum profundum nauwlijks te vinden. Van een eigenlijke kern tusschen die vezels, dorsaal van de pedunculaire kern, kan men dus niet spreken. Bij alle lagere zoogdieren vindt men nauwelijks cel-ophoopingen dorsaal van de pyramide of pes pedunculi. Deze dorsale cel-ophooping, de dorsale kern, nucleus dorsalis pantis wordt bij het konijn in het geheel niet, bij kat en hond nauwlijks gevonden. Dit komt echter in tegenstelling met hetgeen bij den mensch plaats vindt, waar juist deze dorsale kern tot zeer omvangrijke afmetingen uitgroeit.

Eindelijk valt het op, dat er een zeer geleidelijke overgang is tusschen de cel-groepeering in de ventrale brugge-afdeeling en die, welke in het gebied van den lemniscus is gelegen. De nuclei reticulares lemnisci, die vroeger al in ander verband werden besproken (hoofdstuk IX en X), hangen dan ook inderdaad samen met het dorsale einde van den nucleus para medialis en met den nucleus dorso-lateralis.

Men onderscheidt derhalve een nucleus reticularis medialis en een nucleus reticularis lateralis, die op bepaalde experimenteele gronden (bijv. de verdwijning van het meerendeel der daarin gelegen zeer groote cellen na volkomen exstirpatie van het cerebellum) in samenhang met de brugge-kernen behandeld moeten worden. Van dit alles geeft fig. 448 een teekening. Zij is ontleend aan een doorsnede, die ongeveer het midden der V a r o 1 s-brug treft.

Onderzoekt men nog verder proximaal-waarts, dan ziet men opnieuw het beeld zich wijzigen, omdat geleidelijk eenige dezer kernen verdwijnen en andere daarentegen grooter worden (fig. 449.).

Zeer spoedig verdwijnt bij het konijn de intra-pedunculaire kern, die

WINKLER III. | n

Sluiten