Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ventraal er van ligt de ventrale kern, die bij het konijn eveneens een zeer krachtig ontwikkelde kern is.

Lateraal er van ligt de bij het konijn krachtige laterale kern, terwijl de dorso-laterale kern een uitlooper dorsaal van het bovengenoemde middelpunt zendt.

De dorsale kern, bij het konijn öf niet aanwezig, óf gereduceerd tot een zeer armelijk kernbandje, ligt er dorsaal van en wordt er van afgegrensd door het stratum profundum, dat bij het konijn ontbreekt.

Het geheel wordt dan gekroond door de nuclei reticulares.

Men mag zich nu niet voorstellen, dat er tusschen de verschillende kerngroepen scherpe grens-scheidingen bestaan. Zij gaan geleidelijk in elkander over. Gemeenschappelijk aan deze kernen is, dat zij zijn opgebouwd uit reticula of vlechtwerken van grijze stof, waarin cellen zijn gebed. Op de frontale doorsneden ziet men die vlechtwerken bijv. zeer duidelijk in de intra-pedunculaire kern, maar als men sagittale doorsneden beziet, dan ziet men hen niet minder duidelijk in de ventrale kern, want de reticula dringen gewoonlijk loodrecht in op de richting der vezelbundels, die zij uiteend ringen. Daarnaast echter zijn er in het normale praeparaat ook belangrijke verschillen tusschen de kernen onderling.

Zij berusten op verschillende eigenschappen:

le. Het verschil in grootte der cellen, waaruit de kern is opgebouwd, speelt een rol. Men onderscheidt zeer kleine, kleine, middelgroote en groote cellen. In de ventrale kern is het aantal zeer kleine en kleine cellen buitengemeen groot, zeer groote cellen worden er in het geheel niet in gevonden. De enkele groote cellen, die er in voorkomen, behooren tot de rubriek middelgroote cellen.

In scherpe tegenstelling met de klein-cellige ventrale kern, worden in de nuclei reticulares zeer groote cellen aangetroffen.

Ook de cellen in de pedunculaire en in de dorso-laterale kern behooren tot de zeer groote.

Laterale en para-mediale kernen zijn gekenmerkt door het bezit van middelgroote cellen.

2e. Het verschil in de groepeering der cellen van verschillende grootte telt eveneens mee.

De groepeering der cellen in de ventrale kern bijv. is zoodanig, dat de allerkleinste, op korrels gelijkende, cellen in de meest perifere of ventrale reticula der kern worden gevonden. Naarmate men de pedunculaire kern nadert, nemen eerst de kleine elementen in aantal toe. Daarna vermeerdert ook het getal van middelgroote cellen.

Zeer kleine en kleine cellen ontbreken echter niet in de kernen, waarin de groote overheerschen. In de para-mediale en laterale kernen zijn zij talrijk en men vindt hen ook in grooten getale in de pedunculaire kernen tusschen werkelijk groote cellen in.

Maar de cel-groepeering is niet alleen afhankelijk van de celgrootte. Zij

Sluiten