Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt tevens bepaald door de richting der reticula in wier lengte-as zij zijn gelegen. Deze richting is loodrecht op den loop der vezelbundels, die zij uiteendringen.

3e. De verhouding tusschen de vezelbundels en de cel-reticula leent zich eveneens tot onderscheiding der verschillende kernen, zooals bij de omgrenzing van den nucleus ventralis en bij de scheiding tusschen laterale en latero-dorsale kern is gebleken.

Dit alles bijeengenomen maakt het mogelijk om in het normale praeparaat de bovenbeschreven kernen uiteen te houden.

De beteekenis dezer onderscheiding kan slechts op grond van experimenteele gegevens worden verstaan en deze zijn thans nog niet aan de orde. Toch leent zich een schema als fig. 450, om den bouw van het ventrale brugge-kernstelsel bij de verschillende dieren overzichtelijk weer te geven.

Want, zoodra de dieren over een sterker ontwikkeld pallium en een daarmee adaequaat ontwikkeld cerebellum gaan beschikken, komt ook het bruggekern-stelsel tot meer volledige ontwikkeling. Ondanks het groote onderscheid in de details, dat dan te voorschijn komt, kan men desniettemin het hier gegeven schema toepassen.

^ ergelijkt men bijv. de brugge-kernen van een kat, of in het algemeen van carnivoren-hersenen, met die van het konijn, dan zijn er opvallende en voor ons doel belangrijke verschillen.

In fig. 451 is de doorsnede door het distale brugge-einde van een kat, naar een thionine-praeparaat, geteekend.

W at het eerst treft, is dat de intra-pedunculaire afdeeling der pedunculaire kern bij de kat zeer veel machtiger is, ook veel verder, zoowel distaal-waarts als proximaal-waarts reikt (vergelijk ook fig 452 en 453) dan bij het konijn.

Ook in de verhouding van de dorsale kern verschillen de beide stelsels. Bij de kat is aan het distale brugge-einde de cel-massa, dorsaal vandenpedunculus, grooter dan bij het konijn (vergelijk fig. 451 met fig. 447). Ook beginnen bij de kat, wel is waar nog slechts spaarzaam aanwezig, vezels in het stratum profundum te verschijnen. Toch is de dorsale kern ook bij de kat nog nauwlijks aanwezig. Men ziet in fig. 452 — een doorsnede door het midden der V a r o 1 sbrug van de kat — dat zij eerst lateraal verdwijnt, terwijl een mediaal stuk er van over blijft. ^ an dit alles kan men bij het konijn nog niets vinden.

Daarentegen hebben de ventrale kern en de para-mediale kern bij het konijn weer de overhand (vergelijk weer fig. 447 met fig. 451. De ventrale kern reikt bij de kat niet zoo ver distaal-waarts als bij het konijn. Overigens heeft zij dezelfde kenmerken. Haar cellen zijn klein, het kleinst aan de periferie. Stevige bundels uit het stratum complexum scheiden de ventrale kern \ an de peri-pedunculaire af. Maar toch bereikt zij nergens den omvang, den vezel- en cellen-rijkdom, dien zij bij het konijn bereikt (fig. 448 vergeleken met fig. 453).

In de para mediale kern onderscheidt men bij de kat, vooral in meer proximale sneden (fig. 4o3, een doorsnede door het proximale einde der

Sluiten