Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die in het distale en middelste brugge-einde uitpuilt en de oorzaak is der voorwelving van het zijdelingsche brug-gedeelte buiten de middellijn.

Daar waar deze voorwelving het grootst is, is het stratum fibrarum superficiale pontis tot een zeer dun laagje vezels teruggevoerd. Dit is niet het geval lateraal of mediaal van de voorwelving, maar evenmin in het gedeelte der V a r o 1 s-brug, dat distaal of proximaal er van is gelegen. Daar, en dat is in fig. 455 duidelijk zichtbaar, wordt het stratum superficiale weer uit dichte vezelbundels opgebouwd.

Bovendien merkt men op, dat de ventrale kern vrij scherp gescheiden blijft van de pedunculaire kern. De transversale vezel-systemen, hier natuurlijk zichtbaar als veldjes van dwars getroffen vezels, vormen een slagboom op de grens van ventrale en pedunculaire kernen.

Deze veldjes vormen gezamenlijk het stratum complexum ventrale. Deze veldjes vormen tevens de dorsale grenslijn der ventrale kern en zijn van de longitudinaal doortredende pedunculus-vezels gescheiden door de betrekkelijk vezelarme velden van grijze stof, die tot de pedunculaire kern behooren.

De ventrale kern doet zich verder voor als een kern, die met tallooze reticula tusschen de vezels van het stratum superficiale indringt en is, in deze richting gesneden, het voorbeeld eener reticulaire kern. Geheel anders dan de pedunculaire kern, die men het op deze doorsnede niet zou aanzien, dat zij dezelfde fraaie reticulaire kern is, die op de frontale doorsneden zichtbaar wordt (Vergelijk fig. 454.).

Tusschen de longitudinale vezels en door hen in veldjes verdeeld, wier fijne vezeling in de reproductie bijna geheel is weggevallen, vindt men de pedunculaire kern. Ook deze kern wordt doorboord door transversale vezels, hier eveneens zichtbaar in velden van dwars doorsneden vezels. Deze velden vertegenwoordigen het stratum complexum dorsale. Zij worden, naarmate men dorsaal-waarts komt, hoe langer hoe grooter en zijn opgebouwd door hoe langer hoe steviger vezels. Dorsaal gaan die velden geleidelijk over in die van het stratum fibrarum profundum. Daarmee is het niveau der dorsale kern bereikt.

De longitudinale vezels ziet men uit den pedunculus cerebri de brug binnenstralen. Men kan verschillende bundels in die straling onderscheiden.

Enkele dezer bundels, in het midden gelegen, gaan rechtstreeks van den hersensteel over in de pyramide. De ventraal daarvan gelegen bundels eindigen in vrij ver distaal gelegen brug-gedeelten en de dorsaal gelegen longitudinale vezels schijnen in het proximale derde gedeelte er van te blijven.

De dorsale kern eindelijk is zeer groot. In proximale gedeelten is zij veel breeder dan aan het distale brugge-einde. Geen der brugge-kernen wordt door een zoo groot aantal dwars doorsneden vezels doorboord als deze kern. Daar, waar de dorsale kern de pedunculaire kern bedekt, vormen de transversale vezels de machtige velden van dwars doorsneden vezels, waaruit het stratum fibrarum profundum is opgebouwd. Geleidelijk gaat de kern dorsaal-waarts over in de (in fig. 455 niet meer geteekende) nuclei reticulares lemnisci.

Sluiten