Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De doorsnede treft de brug daar. waar zij haar grootste breedte bezit. Beiderzijds wordt het kern-stelsel dan ook omvat door de stevige laag vezels, welke den brugge-arm samenstellen.

Omtrent de kernen leert fig. 456 het volgende:

Beiderzijds is in vollen omvang de laterale kern aanwezig, die sterke trabekels tot ver in den brugge-arm uitzendt.

De ventrale kern. die als een kap (fig. 455) om de longitudinale vezels heen is gebogen, wordt dus tweemaal getroffen. Aan het distale eind der brug hangt zij samen met den nucleus arcuatus der pyramide. Aan het frontale einde ligt zij zijdelings van de laterale kern. Links schemert echter tusschen de vezels van het stratum complexum ventrale in het middenste deel der snede ook nog de nucleus ventralis door.

Tusschen de longitudinale vezels, die rechts in verschillende bundels getroffen worden, ziet men de betrekkelijk vezelarme velden van den nucleus peduncularis. Voorts vindt men in den brugge-arm de uittredende wortelvezels van den N. facialis, N. octavus en N. trigeminus en men treft uittredende wortelvezels van den X. abducens aan tusschen de meer distaal gelegen vezels van het stratum complexum ventrale.

Behalve de zeer groote rijkdom van fibrae transversales pontis, die voor elke horizontale snede door de brug kenmerkend zijn, is tevens opmerkelijk, hoe talrijk de dwars doorsneden vezelbundeltjes zijn, welke in en naast de middellijn voorkomen. Men bestempelt die vezels met den naam van rechte brugge-vezels, f.brae rectae pontis. Want zij zijn vezels, die in dorso-ventrale richting loopen. In de medulla oblongata zijn daaronder de vezels, die uit den nucleus arcuatus komen en door de raphe heen, na kruising in de stria medullaris ventriculi quarti overgaan.

In de V a r o 1 s-brug echter hebben zij de beteekenis van vezels, die van een meer dorsaal geplaatste kern, meestal uit de reticulaire kernen, afkomstig zijn. Zij loopen in dorso-ventrale richting in of bij de raphe. Zij kruisen dan, zetten meer of minder ver haar loop in die richting voort en gaan door het stratum complexum ventrale of door het stratum superficiale in den gekruisten brugge-arm over. De fibrae rectae blijven niet alleen tot de raphe beperkt. Vlak naast de raphe vindt men eveneens talrijke soortgelijke vezels, die tijdelijk min of meer in dorso-ventrale richting loopen en dezelfde beteekenis bezitten. Men noemt hen gewoonlijk fibrae obliquae pontis.

Thans, nadat men met de uitbreiding der brugge-kernen in het algemeen kennis heeft gemaakt, kan beproefd worden een nadere beschrijving te geven van den loop en de beteekenis der vezels, die er in worden aangetroffen.

Die beschrijving kan beginnen met een reeks frontale doorsneden, welke men verkrijgt als men de Varols-brug in de door Meynert aangegeven richting doorsnijdt. Wel zal straks blijken, dat een aantal bijzonderheden nog beter zichtbaar worden in doorsneden, aangelegd in de z.g. snederichting van Forel.

In een gewone frontale doorsneden-reeks volgens Meynert, die in

Sluiten