Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar voren en reduceert het stratum superficiale tot enkele oppervlakkige vezels.

Ofschoon het geheel dezer doorsnede den indruk maakt alsof hier inderdaad drie scherp onderscheiden etages in de V a r o 1 s-brug aanwezig zijn, leert toch nauwkeurig toezien, dat vezels uit de centrale straling van den hersensteel ver ventraal-waarts reiken en dat die der laterale steel-straling altijd lateraal van de centrale blijft.

Vooral vergelijking van de rechterzijde der teekening met de linker is interessant, omdat er uit blijkt, dat de belangrijke vezelmassa in het middenveld, grootendeels uit vezels der centrale afdeeling (ponto-parietale en pontospinale vezels) bestaat.

De radiatio peduncularis lateralis lost zich, terwijl zij langs de laterale oppervlakte der V a r o 1 s-brug heen strijkt, op in het gebied der laterale kernen, dat intusschen zeer uitgebreid is geworden.

Tot deze kernen mogen gerekend worden de laterale met de dorso-laterale kern, de laterale afdeeling der pedunculaire kern en de massieve laterale afdeeling der ventrale kern.

Al die kernen zenden het stratum complexum dorsale vezels toe. En terwijl degroote massa vezels van het stratum profundum naar den brugge-arm is afgeweken, wordt, in de middellijn en ventraal er van, het dwarsvezelveld hoofdzakelijk gevormd door vezels uit het stratum complexum dorsale, aangevoerd uit de genoemde lateraal gelegen kernen. De radiatio peduncularis lateralis loopt derhalve als een betrekkelijk massieve bundel tot in het middelste derde der \ a r o 1 s-brug door. Dan lost die straling zich snel op in vezels, die haar eindpunt in de laterale kernen vinden. Meerendeels blijven die vezels in dit gedeelte der brug, maar een klein gedeelte er van gaat door, om in de laterale kern-afdeeling van het distale derde der V a r o 1 s-brug te blijven.

De radiatio peduncularis centralis vormt, eveneens op het oogenblik dat zij de V arol s-brug bereikt, een massieven bundel. Een deel dier straling blijft een aaneengesloten bundel, neemt in den ventro-medialen hoek van het zooeven beschreven centrale veld plaats en gaat over in de pyramide der medulla oblongata.

De vezels dezer straling beginnen echter reeds dadelijk, nadat zij in de ^ arol s-brug zijn aangekomen, liare eindiging in de intra-pedunculaire kern en in de medio-ventrale afdeeling der pedunculaire kern en zetten dit tot ver distaal-waarts, ook in de ventrale kern, voort.

I it deze kern komt het grootste deel van het stratum complexum ventrale en het stratum superficiale voort. De laatstgenoemde vezel laag, die aan de ventrale oppervlakte soms zeer smal is (fig. 464), wisselt met de eerstgenoemde vezels uit.

Tot zoover dus de beschrijvende anatomie der menschelijke brugge-kernen. Zij kan ons, uit den aard der zaak, niet anders dan vermoedens brengen over de samenhoorigheid van kernen met de longitudinale en dwarsvezels in de Va r o 1 s-brug.

Sluiten