Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die vermoedens zijn:

le. Dat de vezels uit de mediale afdeeling van den hersensteel met de dorsale kern en liet stratum profundum, een eenheid vormen, die de dorsale étage in het proximale derde deel der bruggekern-formatie in beslag neemt.

2e. Dat de vezels der centrale afdeeling van den hersensteel zich in een driehoekig veld ventro-mediaal van het eerstgenoemde geheel plaatsen, dat zij voor een klein deel doorgaan in de pyramide, maar dat zij meerendeels eindigen in de mediale, ventrale en distale kernen der Varols-brug. Aldus is er een nieuwe eenheid gevormd, opgebouwd uit de radiatio peduncularis centralis, mediale, ventrale en distale kernen met het stratum complexum ventrale en het stratum superficiale. De plaats, die deze eenheid voor zich vraagt, omvat de volle lengte van de V a r o 1 s-brug.

3e. Dat ook de vezels der laterale afdeeling van den hersensteel een eenheid vormen met de laterale kerngebieden in de Varols-brug en met het stratum complexum dorsale.

De vezels der radiatio peduncularis lateralis schikken zich echter in een lateraal geplaatst driehoekig vezelveld, en bereiken aldus het middelste derde gedeelte van de V a r o 1 s-brug. De plaats, welke deze eenheid voor zich opvraagt is het laterale gedeelte van de V a r o 1 s-brug, van af het middelste derde tot aan het distale einde er van.

Wil men echter dergelijke vermoedens bewijzen, dan is het noodzakelijk om experimenteele en pathologische feiten naar den voorgrond te brengen, die zoolang de ontwikkelingsgeschiedenis van dit stelsel nog stiefmoederlijk behandeld is, ons den weg kunnen wijzen.

Er zijn inderdaad belangrijke feiten daarover te vermelden. De meest belangrijke liggen op experimenteel gebied. Hier bepaal ik mij vooreerst tot twee belangrijke experimenteele feiten, die naar mijn meening een stelligen grondslag moeten geven aan alle beschouwingen over de architectuur van het bruggekern-stelsel.

Het eerste dezer feiten is: Als de kleine-hersenen bij een liooger zoogdier volledig worden weggenomen en het dier eenige maanden lang in leven blijft, verdwijnen in alle kernen van de bruggekern-forniatie alle cellen volkomen. Zoo volkomen zelfs, dat er ook met de beste methoden van onderzoek nauwlijks iets van is terug te vinden.

Om dit feit toe te lichten wordt gebruik gemaakt van praeparaten afkomstig van de hersenen van een hond, bij welken Dr. Dusser de Barenne voor 9 maanden het cerebellum in zijn geheel heeft weggenomen. Het is aan Dusser de Barenne werkelijk gelukt bij dit dier een cerebellum-exstirpatie te verrichten, welke men inderdaad volledig mag noemen. Om die reden is in fig. 465 de teekening gegeven eener doorsnede, welke inderdaad de grootste uitbreiding van het overgeschoten stuk weergeeft.

Ook de flocculus, die bijna altijd ongeschonden achterblijft, omdat de experimentator vreest de ventrale octavus-kern te kwetsen, is links weggenomen.

Sluiten