Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zone, tusschen de mediale raphe-cellen en de mediale af deeling der pedunculaire kern is alles wat er van te vinden is. De nucleus reticularis met zeer groote cellen ligt binnen het lemniscus-gebied. De hersensteel (fig. 467 pyramis) wordt daarvan afgescheiden door de aanduiding van een dorsale kern, welke overigens in hoogere sneden zeer spoedig verdwijnt. Carnivoren hebben slechts een zeer kleine dorsale kern, die, zooals reeds werd uiteengezet, bij konijnen geheel ontbreekt.

De nog altijd machtige pedunculaire kern heeft in zooverre veranderingen ondergaan, dat de grijze strooken der intra-pedunculaire af deeling veel minder in aantal en breedte zijn geworden. Overigens zijn de mediale, ventrale en laterale afdeelingen der peri-pedunculaire kern door de betrekkelijke grootte der cellen, vrij scherp van de omliggende kernen onderscheiden.

Van de ventrale kern ziet men de kleincellige ventrale afdeeling, wier zeer kleine cellen in een reeks kleine grijze veldjes tusschen de vezels van het breede stratum superficiale zijn gelegen. De laterale afdeeling er van bevat ietwat grootere cellen, is een massief blok, welker laterale uitloopers ongemerkt in den lateralen hoorn der laterale kern overgaan en nauwelijks daarvan af te grenzen is.

De laterale en de dorso-laterale kern zijn belangrijk groot er geworden en hebben in deze snede haren grootsten omvang reeds bereikt.

De laatste is vooral gemakkelijk te herkennen, omdat zij zeer groote cellen bezit, die verspreid en ver uiteen liggen.

Wanneer men de beide teekeningen van fig'. 466 en fig. 467 vergelijkt met de volgende in fig. 468, dan is het verschil tusschen beide treffend.

Ook de laatstgenoemde teekening is bij 80-malige vergrooting naar een thionine-praeparaat geteekend en vervolgens even veel verkleind, als de twee vorige teekeningen.

De plaats dezer doorsnede is tusschen de twee vorige figuren in. Zij ligt dichter bij de snede, afgebeeld in fig. 467, en gaat door het midden der Varols-brug. De eerste indruk, dien men krijgt, is, dat nergens in de kernen ook maar één enkele cel is overgebleven. Niet in de reticulaire kern, evenmin in de dorsale, pedunculaire, laterale en dorso-laterale, of eindelijk ventrale kernen.

Inderdaad was dit het geval in de kernen der rechter, hier niet geteekende, brugge-helft. Nader toezien leert echter, dat in deze, geteekende, linker helft op de plaats, waar men de laterale afdeeling der ventrale kern mag verwachten (fig. 468a), eenige cellen zijn overgeschoten, die in alle sneden door de twee bovenste derde brugge-afdeelingen weerkeeren (zie ook fig. 477). Deze linker helft, gekruist aan de rechts in het cerebellum gespaarde windingen (fig. 465), bevat dus het overschot van eenige weinige normale cellen, die in alle sneden van het middelste en bovenste derde gedeelte van de V a r o 1 s-brug worden teruggevonden op de plaats, waar de laterale afdeeling der ventrale kern verwacht mocht worden. Zij ontbreken in de rechter brugge-helft geheel. Het volkomen celverlies in alle brugge-kernen, behoudens dan de aanwezigheid

Sluiten