Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volkomen wordt verwijderd en het dier eenige maanden lang de operatie overleeft, dan verdwijnen alle lengtevezels uit de ventrale bruggehelft-forinatie. A\ el worden dan de kernen kleiner, maar de cellen dier kernen veranderen weinig, de daaruit ontsprongen dwarsvezels en de brugge-armen blijven onveranderd.

Ten einde dit toe te lichten is in fig. 469 een snede terzelfder hoogte als fig. 468 door de V a r o 1 s-brug afgebeeld, naar een thionine-praeparaat van een pallium-loozen hond.

Het daartoe gekozen specimen is ontleend aan de hersenen van een hond, bij wien door Prof. Z e 1 i o n y in het laboratorium van Prof. P a v 1 o v te Leningrad beiderzijds het geheele pallium is weggenomen. Door Dr. Ferr a r o zijn in mijn laboratorium deze hersenen bewerkt en in een uitvoerige mededeeling beschreven. Deze hond heeft vier jaar na de operatie geleefd. Beiderzijds is het pallium volledig weggenomen en éénzijdig is een gespaard stuk van den Ammons-boorn gehypertrophiëerd gevonden.

De afgebeelde doorsnede is, evenals de vier vorige, bij 80-malige vergrooting nauwkeurig cel voor cel geteekend. Daarna is zij evenveel, 3 a 4 malen, verkleind, als de andere doorsneden in fig. 466—469 weergegeven. Allereerst blijkt dan in fig. 469, dat er van de longitudinale vezels in de V a r o 1 s-brug niets is overgeschoten. Tevergeefs zoekt men naar den pedunculus cerebri. Hij is zonder eenig spoor na te laten tenietgegaan. In tegenstelling daarmee zijn alle dwarsvezels en alle fibrae rectae onveranderd gebleven. Het maakt zelfs den indruk alsof de transversale vezels, de bruggearmen en het cerebellum iets in omvang zijn toegenomen. Cel-verlies wordt in geen enkele kern aangetroffen. In de reticulaire kern mogen eenige kleinere cellen zijn weggevallen (vergelijk fig. 469 met fig. 467), maar de deze kern kenmerkende, groote cellen zijn onveranderd terug te vinden.

In alle kernen liggen de cellen dicht opeen, dichter dan gewoonlijk. De grijze reticula zijn ook dunner. Bepaalt men in gedachten de plaats, waar de spoorloos verdwenen hersensteel zou kunnen geweest zijn, dan zou daaromheen de pedunculaire kern, met nauwelijks veranderde cellen, in al zijn af deelingen terug te vinden zijn. Hetzelfde geldt voor alle afdeelingen der ventrale kern, voor de laterale en dorso-laterale kern.

Deze doorsnede, die in alle opzichten het tegenstuk is van die, welke in fig. 468 is afgebeeld, bewijst dus, dat het volkomen verlies der lengtebundels in de Varols-brug nagenoeg zonder invloed blijft op de cellen in de bruggekernen, op de dwarsvezels en op de fibrae rectae. De overlangsche vezels eindigen dus in de brugge-kernen.

Deze beide grond-experimenten ontnemen allen steun aan de herhaaldelijk verdedigde meening, dat de cellen in de kernen van de V a r o 1 s-brug van verschillende beteekenis zouden zijn.

Men heeft er somwijlen twee verschillende cel-soorten in onderscheiden:

le. Een cel-soort, wier axonen in cerebello-petale richting geleiden.

2e. Een cel-soort, wier axonen dit niet doen, maar gericht zijn naar het pallium en dus een cerebro-petale richting inslaan.

Sluiten