Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afdeelingen der gelijkzijdige pedunculaire kern en eindelijk in de disto-ventrale afdeeling der ventrale kern.

Daarnaast echter valt het niet te ontkennen, dat beiderzijds, bij ongedeerde cellen, de disto-ventrale gedeelten der ventrale kernen vezelarm en kleiner zijn, dan zij waren in het geval, waar de centrale steel-vezels voor een groot deel behouden waren (fig. 470).

De vraag rijst dus (waar de gelijkzijdige verbindingen met brugge-kernen, voor de mediale steel-straling met de dorsale kern en voor de laterale steelstraling met de laterale kern-groepen, door de bovenvermelde pathologische ervaringen bewezen worden) of voor de centrale steel-straling een uitsluitend gelijkzijdige eindiging in brugge-kernen wel geldt. Voor zoover het de pedunculaire kern betreft, schijnt dit misschien het geval te zijn. Zij wordt alleen gelijkzijdig kleiner. Maar het is twijfelachtig of dit ook het geval is met de verbinding, die de centrale steel-vezels met de meest distaal gelegen ventrale kernmassa maken. Inderdaad. Er bestaat wellicht een dubbelzijdige verbinding met deze kernen door het stratum complexum ventrale en het stratum snperficiale heen. Deze vraag zal straks nauwkeurig bezien moeten worden.

Ofschoon het algemeene bouwplan aan de eindiging der steel-vezels in de Varol s-brug door fig. 470 en fig. 471 reeds is toegelicht, is toch volledigheidshalve nog een derde reeks doorsneden in fig. 472 hieraan toegevoegd.

Deze reeks is ontleend aan hersenen van een jongen man, die in het eerste levensjaar een acute encephalitis (niet in de voorhoofdskwab) had doorstaan. De hersensteel heeft als gevolg daarvan alle laterale vezels verloren, evenals bijna alle centrale vezels. De mediale vezels in den steel zijn ongedeerd gebleven (foto 1, fig. 472); maar in de pyramide, die wel het meerendeel harer vezels heeft verloren (foto 5, fig. 472), zijn een klein aantal verspreide vezels behouden gebleven, meer dan bijv. in foto 7 van fig. 470.

Om bepaalde redenen is thans de voorkeur gegeven aan de beschrijving van foto's naar praeparaten, die met karmijn gekleurd zijn.

De intacte mediale bundel (fig. 472, foto 1) der rechterzijde gaat (foto 2 en 3 van fig. 472) in een onveranderde dorsale kern over, geheel in overeenstemming met het vorig betoog.

De laterale,. dorso-laterale kernen, de proximo-laterale ventrale kern zÜn geheel verdwenen. Ook de laterale afdeeling der pedunculaire kern. Dit in samenhang met de laterale straling en het laterale deel der centrale steelvezels. Ook van de intra-pedunculaire en de ventrale afdeelingen der pedunculaire kern is niet veel overgeschoten. Iets meer is behouden van de mediale afdeeling der pedunculaire kern. De disto-ventrale afdeeling der gelijkzijdige ventrale kern daarentegen is sterk verkleind (foto 4 in fig. 472). Daarbij valt het wederom op, dat ook de disto-ventrale kern der gezonde zijde zeer klein is (foto 5 in fig. 472).

De drie reeksen, die in fig. 470—472 zijn weergegeven, vullen elkander in bevredigende mate aan, maar de laatste reeks verschilt in een belangrijk

WINKLER XII. 1Q

Sluiten