Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het derde moment is: Experimenteel materiaal bij dieren en pathologischanatomisch materiaal bij menschen, ofschoon beide onmisbaar, kunnen slechts zeer voorzichtig met elkander worden vergeleken. De V a r o 1 s-brug bij het konijn, dat slechts de oudere stelsels bezit, zooals de beide pedunculi lemnisci, de pyramide en het oudste (op de meest distale brugge-kernen staande deel) der parieto-pontine straling, mag niet vergeleken worden met de ^ arol s-brug der menschen, bij wie de jongere parieto-temporo- en fronto-pontine stralingen ver de overhand hebben boven de oudere stralingen.

Dit alles is voldoende om het gemis in plaatselijke overeenstemming der cel-veranderingen in de brugge-kernen, na heïnispheer-laesies en na cerebellum-verwoesting verstaanbaar te maken.

M a s u d a heeft door zijn schitterend pioniers-werk over de bruggekernen (Ueber das Brückengrau des Menschen und dessen nahere Beziehungen zum Kleinhirn und Grosshirn. Arbeiten aus dem Hirn-atomischen-Institut Ziiricli Bd. IX. 1914), eerst de mogelijkheid geopend om de poging te wagen tot het leggen van een schematisch verband tusschen steel-vezels, bruggekernen en kleine-hersenen.

Zonder zijn voortreffelijke studie over dit onderwerp, zou ook de in de \ olgende bladzijden beproefde poging om de steel-vezels, brugge-kernen en bepaalde af deelingen der kleine-hersenen schematisch te ordenen niet mogelijk ziJn geweest. \\ anneer er desondanks op menig punt zeer groote verschillen voor den dag zullen komen tusschen M a s u d a's voorstellingen en die welke hier verdedigd zullen worden, zoo worden zij bepaald door de buitengewone moeilijkheden dit onderwerp eigen.

Masuda is zeer voorzichtig met de aanvaarding van cerebello-fugale vezels in den brugge-arm. Vezels voor den hersen-steel neemt hij daarin niet aan en ook Brouwer volgt hem daarin. Maar hij durft niet tegenspreken, dat er wellicht cerebello-fugale vezels zijn, die voor den thalamus bestemd zijn (eigen cerebellum-stelsels) en hij meent, dat er tusschen beide bruggehelften commissuur-vezels zijn, althans bij menschen.

Bij honden is dit zeker het geval niet. Want het is niet in te zien waarom deze stelsels niet over zouden blijven, na totale cerebellum-exstirpatie en dit is het geval niet. Bij katten, waar ik intusschen eveneens over een totale exstirpatie van het cerebellum door Dr. Rademaker beschik, evenmin.

Bij den mensch kan ik slechts de ervaring der olivo-pontine atrophie er tegen laten spreken. Het bewijs, dat zij niet bestaan, kan ik niet brengen. Evenmin als ik dit, zoo lang ik niet over totale exstirpatie van het cerebellum bij den mensch beschik, het bewijs kan leveren, dat eigen cerebellum-stelsels met efferente wegen in den brugge-arm, die met het tegmentum samenhangen, bij den mensch ontbreken. Maar ik heb ook geen enkel aanhechtingspunt gevonden om het bestaan er van wel aan te nemen.

Ten nauwste hangt dit samen, met de poging, die nu beproefd moet worden om de afzonderlijke brugge-kernen in verband te brengen met bepaalde velden der kleine-hersenschors.

Sluiten