Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer geleidelijk over in minder intensief geatrophiëerde velden lateraalwaarts, die vrij ver vervolgd kunnen worden.

Aanvankelijk scheen dit feit volkomen onbegrijpelijk.

Maar het bleek in overeenstemming te zijn met andere feiten, toen andere pathologische afwijkingen in den vermis cerebelli werden onderzocht en er in verband daarmee experimenten konden worden verricht.

Kleine haarden in den vermis cerebelli zijn voor dit doel zeer belangrijk.

Om een indruk te geven van den invloed, die door kleine, omschreven weefsel vernietiging in den worm op de menschelijke brugge-kernen kan worden uitgeoefend, is als voorbeeld gekozen de cerebellum-haard, die in fig. 478 is afgebeeld.

Een tuberkel, ter grootte van een hazelnoot, ligt in den monticulus vermis, proximaal van' de fissura prima. De tumor eindigt proximaal-waarts in een breed plat vlak, zoodat fig. 478 A den tumor treft door zijn meest proximale einde. Gelegen in de middellijn, naar rechts zich verder uitbreidend dan naar links, voert de nieuwvorming tot vernietiging van den lobulus culminatus en van den lobulus centralis.

De lobulus lingualis blijft vrij. Al spoedig wordt de tumor bijna uitsluitend aan de rechter zijde getroffen (in fig. 478 B), de snede, die door het hoogste punt van het culmen gaat, treft hem (fig. 478 C) niet meer. In de rest Van het cerebellüm zijn geen veranderingen gevonden. De nieuwvorming had zich in ongeveer zes maanden ontwikkeld en het klinisch ziektebeeld was gekenmerkt door sterke nek-stijfheid en onzekerheid der hoofd-bewegingen.

Deze tumor ligt dus in het meest frontale eind van den worm in de middellijn, maar grijpt aan zijn distale einde vrij ver in de rechter helft van den lobus anterior over. Hij oefent een zeer grooten invloed uit op beide ventrale kernen, maar bovenal op de linker.

Met het bloote oog is de verkleining van de linker ventrale kern, op alle doorsneden der \ a r o 1 s-brug, maar vooral aan het distale einde er van te zien.

De vier foto's in fig. 479 lichten dit toe.

Foto 479 A geeft een doorsnede door de medulla oblongata vlak distaal van de \ a r o 1 s-brug en is aan een Weiger t-P a 1-praeparaat ontleend.

Daaruit blijkt duidelijk, dat de linker nucleus arcuatus veel kleiner is dan de rechter en dat de rand-straling, die van daaruit naar de raphe gaat, rechts veel minder krachtig is dan links. Bovendien zijn uit den rechter nucleus arcuatus zeer veel cellen weggevallen, ofschoon ook de linker, arm aan cellen mag genoemd worden.

Zoodra de doorsnede het distale derde gedeelte der V a r o 1 s-brug treft, zooals foto 479 B dit weergeeft naar een haematoxyline-karmijn-praeparaat, valt wederom de sterke verkleining van de linker ventrale kern op. Zij is te danken aan een omvangrijk celverlies, bepaaldelijk in de meer ventraal gelegen trabekels. Maar de rechter ventrale kern blijkt, al is zij grooter dan de linker, evenmin normaal. Ook daarin zijn een groot aantal cellen vooral in de dorsale trabekels te gronde gegaan.

Sluiten