Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 479 C is eveneens ontleend aan een haematoxyline-karmijn-praeparaat. Daarin wordt een doorsnede weergegeven door het middelste derde gedeelte der V a r o 1 s-brug. Het verschil tusschen de rechter en linker ventrale kern blijft bestaan. Rechts bestaat een belangrijk celverlies in de ventrale trabekels, die tot de ventrale kern gerekend moeten worden. Dientengevolge zijn zij smal en schijnen geschrompeld. Aan de linkerzijde ziet men hetzelfde in de dorsale trabekels der frontale kern.

In fig. 479 D, ontleend aan een doorsnede door het proximale derde gedeelte der V a r o 1 s-brug, ziet men nog altijd, dat er van de meest ventrale trabekels der ventrale kern rechts nagenoeg niets over is.

Tusschen de dorsale trabekels is links en rechts nauwelijks verschil meer.

Daar er in de overige afdeelingen der brugge-kernen, ondanks nauwkeurige vergelijking, geen celverlies van beteekenis gevonden wordt, mag de meening worden uitgesproken, dat zelfs de meest frontale gedeelten van den worm wel degelijk met brugge-kernen en bepaald met de ventrale kern verbonden zijn en dat deze verbinding plaats vindt over de volle lengte der V a r o 1 sbrug. Deze invloed mag bij den menscli voor een groot deel gekruist zijn, maar ook en daarop wordt later teruggekomen, ongekruist.

Echter zijn het geenszins alleen, zelfs niet in de eerste plaats frontaal geplaatste haarden in de middellijn, die invloed doen gelden op de cellen der ventrale kernen. In nog sterker mate doen dit ook haarden, die ver distaal in de middellijn zijn gelegen.

Herhaaldelijk komt het voor, dat tumoren, die van den wand van den 4den ventrikel uitgaan, aan hun proximale einde tusschen tonsilla en uvula de kleine-hersenen binnengroeien en dan langs de fissura secunda heen de uvula en de pyramis vernielen. Soms blijven zij halfzijdig, meestal vernietigen zij dubbelzijdig het merg in en onder deze lobjes. In het laatste geval vindt men constant, dat wat in fig. 480 is afgebeeld.

In de kleine-hersenen ligt de zwart gekleurde tumor, die de uvula bijna geheel en het grootste deel van den pyramis vernietigd heeft. De daarbij behoorende reeks doorsneden door de V a r o 1 s-brug, die volgens F o r e I's snee-richting is getroffen, leert dan het volgende: De oppervlakkige dwarsvezels der brug zijn te gronde gegaan, zoodat het schijnt alsof het distale brugge-einde is teruggetrokken. Tengevolge daarvan blijft de pyramide der medulla aan haar proximale einde langer vrij en wordt zij niet door brugge-armvezels bedekt.

Beiderzijds zijn de ventrale lcernen over de geheele lengte der Varols-brug gereduceerd tot cel-arme miniatuur-lcernen, zooals dat in fig. 480 B te zien is. Deze foto is genomen naar een praeparaat in F o r e I's snee-richting en vergelijkbaar met fig. 464. Zij doet ons tevens kennis maken met de diepe inzinking, die als gevolg van een gedeeltelijk verlies van het stratum superficiale in de middellijn zichtbaar wordt en in zulke gevallen regelmatig aanwezig is.

Dergelijke gevallen komen betrekkelijk dikwijls voor. Niet zelden toch worden tumoren in den ventriculus quartus gevonden, al of niet gecompliceerd

Sluiten