Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cerebellaire merg. In fig. 481 A en B is de plaatsing van een dergelijken tumor naast de middellijn in de rechter helft van het cerebellum afgebeeld.

Zulk een tumor veroorzaakt in de eerste plaats een zeer belangrijk cel-verlies in de gekruiste ventrale kern. Drie foto's uit het proximale derde (fig. 481 C), uit het middelste derde (fig. 481 D) en uit het distale derde (fig. 481 E) der V a r o 1 s-brug, demonstreeren in het W e iger t-praeparaat, de hier sterke atrophie der linker ventrale kern. Maar ook wordt daardoor gedemonstreerd de daaraan beantwoordende vermindering van het stratum superficiale en de dientengevolge ontstane diepe inzinking der oppervlakte vooral aan de linker brugge-helft.

Het is onnoodig hieromtrent op te merken, dat het kleiner worden der linker ventrale kern, niet afhangt van het smaller worden van trabekels met behoud van cellen, zooals bij ontaarding van steelvezels voorkomt. Hier is zij het gevolg van omvangrijk cel-verlies in die kern.

Ook neemt men waar, dat het cel-verlies geenszins uitsluitend beperkt blijft tot de gekruiste ventrale kern. Het is daarin zeer veel sterker dan links, in tegenstelling van hetgeen de in de middellijn gelegen tumor deed. maar toch is de linker ventrale kern, vergeleken met die van een normaal praeparaat, armer aan cellen dan gewoonlijk.

De studie van kleine haarden in het cerebellum is derhalve belangrijk. Zij laat verwachten, dat men min of meer omschreven gebieden in verschillende brugge-kernen zal kunnen waarnemen.

Het is gemakkelijker om cel-verlies vast te stellen te midden van een overigens normaal van cellen voorzien gebied, dan om een oordeel te vellen over hetgeen ongedeerd is gebleven te midden van een omvangrijk cel-verlies.

Deze studie aan niet omvangrijke haarden in of vlak naast de cerebellaire middellijn, geeft, in tegenstelling tot M a s u d a's meeningen, zeer krachtigen steun aan de volgende onderstelling:

De worm staat over zijn geheele lengte in verbinding met de oudste der in de V ar ol s-brug aanwezige kern-stelsels, in de eerste plaats met de ventro-mediaal gelegen afdeelingen der ventrale kern.

Een partiëele verwoesting van den worm, ook al schijnt zij klein, veroorzaakt, omdat zij steeds samengaat met vernieling van de daaronder liggende vezelmassa van het cerebellaire merg, een veel grooter vezel-verlies dan men bij den eersten aanblik zou vermoeden. Zulk een partiëele haard is echter nooit in staat, de ventrale kern te dwingen tot een volledig verlies van haar cellen, zooals dit bijv. het geval is bij dieren zonder cerebellum.

In de beide (wegens het indringen in het merg) vrij omvangrijke kleinehersen-verwoestingen, welke in fig. 480 en fig. 481 zijn afgebeeld, was nog altijd meer dan 1/3 deel der kern over. Daaruit volgt, dat de verbindingen van het ventrale kern-stelsel met het cerebellum van meer samengestelden aard moeten zijn. Naast verbindingen met den worm is het waarschijnlijk, dat er ook verbindingen met laterale afdeelingen der kleine-hersenen bestaan.

Men kan bij de hoogere zoogdieren gemakkelijk experimenteel vaststellen,

Sluiten