Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de ventrale kern gedeeltelijk afhangt van het in de middellijn gelegen gedeelte van het cerebellum. Bijzonder sprekend gelukt dit, als men dieren uitzoekt, van welke men onderstellen mag, dat de verbindingen tusschen cerebellum en ventrale kern groot zijn. Het konijn is daarvoor bij voorkeur geschikt, want het is reeds opgemerkt, dat ventrale kern en de daaraan verwante para-mediale kern een bijzonder omvangrijk bestanddeel der bruggekernen van dit dier uitmaken.

Het ingenieuse experiment van van Gehuchten, gebruikt om den haakbundel te isoleeren (Deel II, fig. 314) nam. de mediale splijting van het cerebellum leent zich voortreffelijk om de verbindingen der ventrale kernen, welke in de middellijn van het cerebellum loopen, te verwoesten, terwijl de zijdelingsche verbindingen met het cerebellum gespaard blijven.

Dit experiment kan dienstbaar worden gemaakt aan de ontleding dezer verbindingen. Dr. Rade maker heeft het voor mij verricht.

De operatie is niet zeer moeilijk. De dieren verdragen haar goed. Zij overleven het maanden lang, zonder veel physiologische afwijkingen te vertoonen.

Zooals uit fig. 482 A blijkt, heeft de splijting in de middellijn tot gevolg, dat men een cerebellum verkrijgt, waarin, behoudens dan de verwoesting van alle elkander in de middellijn kruisende vezels, al heel weinig is veranderd. Er is geen spoor van ontsteking-reactie geweest. Intacte cellen van P u rk i n j e staan in regelmatige rijen, tot onmiddellijk nabij den wondrand. Misschien zelfs iets dichter opeen, omdat de korrellagen van den worm, die ten opzichte van elkander rechts en links verplaatst zijn, dicht bij de wond, dunner zijn dan gewoonlijk.

De mediaal geplaatste cerebellum-kernen zijn door den aard der laesie verwoest, maar de laterale kernen hebben evenmin als de bind-arm eenige verandering ondergaan en noch de mediale, noch de laterale kleine-hersenkernen bezitten verbindingen met de brugge-kernen.

De veranderingen, die dientengevolge aan weerskanten in de ventrale kerngroepen worden gevonden, zijn merkwaardig. Over de geheele lengte der V ar o 1 s-brug zijn de ventrale en para-mediale kernen tot atrophie gekomen. De atrophie is aan weerszijden even groot en het is daarom noodzakelijk de doorsneden te vergelijken met doorsneden van willekeurige normale dieren.

Om dit toe te lichten zijn in fig. 482 B]t , D1; doorsneden afgebeeld naar Weiger t-praeparaten door de V a rols-brug van het normale konijn. Zij zijn ontleend aan doorsneden, genomen op dezelfde hoogte en in dezelfde snee-richting, als die welke zijn weergegeven in fig. 482 foto B2, C2 en I)2. Deze echter zijn afkomstig van een dier, dat de splijting van het cerebellum 9 maanden lang heeft overleefd. In fig. 482 B, en B2 vindt men foto's door het proximale derde deel der V a r o 1 s-brug dezer twee dieren naast elkander. Fig. 482 Cj en C2 geven afbeeldingen van sneden door het middelste derde deel er van, terwijl fig. 482 D2 en D2 de foto's zijn van doorsneden, die bij beide dieren het distale derde deel der Varol s-brug treffen.

Sluiten