Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laterale gedeelten, zij spreiden zich mediaal-waarts uit, schuiven zich tusschen en vermengen zich met de oudere reeds aanwezige vezels. Aldus gebeurt het, dat het middenstuk der kleine-hersenen, later volstrekt niet meer uitsluitend, het oudere deel van het cerebellum vertegenwoordigen kan.

Aan het schema van E d i n g e r ligt een juist beginsel tot grondslag.

Men vindt inderdaad in het midden het oudste cerebellum-deel en zoover mogelijk lateraal-waarts het jongste.

De tusschen beide in gelegen ontwikkelings-stadia zijn talrijk. Van de later wordende deelen hebben de oudere en de jongere zich zóó innig met elkander gemengd, hebben zich zóózeer over elkander heen en door elkander heen ontwikkeld, dat men slechts tot onjuiste gevolgtrekkingen zou komen, indien men thans vooropstelt, dat de* worm geen verbindingen met de bruggekernen bezit. Zoowel de embryologie, de experimenten en de pathologische anatomie bewijzen, dat dit het geval niet is.

Veel aantrekkelijker schijnt mij in dit verband de voorstelling van Bolk te zijn.

Het middenstuk der kleine-hersenen werd door hem gezien in het licht van een groot geheel, waarin de coördinatie der bilateraal-symmetrische bewegingen langs auto-regulatorischen weg kon plaats vinden. De bilateraal-symmetrische bewegingen der extremiteiten waren daarin zelfstandig vertegenwoordigd in den lobulus medianus lobi posterioris. Deze coördinatie is de oudste geweest.

Daarnaast is nog een andere vertegenwoordiging van extremiteitenbewegingen gekomen. Later, toen uni-laterale bewegingen van meer beteekenis werden voor het wordende wezen en naar den voorgrond zijn getreden, verkreeg de laterale cerebellum-vlakte de zelfstandige vertegenwoordiging der nieuw toegevoegde uni-laterale bewegings-functies der ledematen. Met die voorstelling laat zich de gecompliceerde verbinding, die de ventrale kern met het cerebellum bezit, voortreffelijk rijmen.

Zelfs eischt deze voorstelling, dat het oudste deel der brugge-kernformatie, dat afhangt van de parietaal-lob, op meer dan één wijze met het cerebellum samenhangt.

Dit oudste deel, het ventro-mediale deel der ventrale kern, heeft aan het distale pons-einde zijn sterkste ontwikkeling bereikt.

Zeer lang bewaarde dit deel, in hoofdzaak functioneerend voor bilaterale bewegingen der ledematen en door deels gekruiste, deels ongekruiste verbindingen vereenigd met het middenstuk van liet cerebellum. een betrekkelijke zelfstandigheid.

Zelfs de schorsverbinding met de oudste brugge-kern-formatie, in rijping onmiddellijk volgend op de pyramide. maakte, evenals de laatstgenoemde met het ruggemerg, een deels gelijkzijdige, deels gekruiste verbinding er mede.

Later, toen de uni-laterale beweging der ledematen aan de reeds bestaande coördinatie werd toegevoegd, toen een jongere schors-straling uit de wandkwab, naar een jongere brugge-kern-formatie (pedunculaire kern) te zamen met een zijdelingsch deel der kleine-hersenen tot ontwikkeling kwam,

Sluiten