Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld aan den vernielden bind-arm, kleiner is en minder vezelrijk dan de rechter.

Al deze vier boven uitgesproken vermoedens over den aard der bind-armvezels kunnen gemakkelijk aan het M a r c h i-praeparaat na bind-arm doorsnijding gecontroleerd worden. Met dit doel is fig. 493 tot toelichting ge teekend.

Er is echter een praeparaat uitgekozen waarin de bind-arm nog in de kleine-hersenen is doorsneden, veel verder distaal-waarts dus, dan in fig. 492 het geval was.

Een groot aantal vezels, die niet uit de kleine-hersen-kernen afkomstig zijn (al blijft het onmogelijk al die vezels te sparen), zijn dus in den gedegenereerden bind-arm gespaard gebleven.

In fig. A bij X is de steek afgebeeld, die dwars door den oorsprong van den bind-arm gaat.

De doorsnijding van den linker bind-arm heeft hier in een veel verder gelegen distaal niveau plaats gevonden, dan die, welke in fig. 492 is afgebeeld. Dientengevolge is de linker bind-arm slechts partiëel gedegenereerd. Marchikorrels bedekken alleen het dorsale gebied ervan. Dit is dan ook zeer sterk ontaard. Het ventrale derde deel van het halvemaan-vormige veld blijft vrij van M a r c h i-korrels (fig. 493 B). Men zou, in verband met de ervaring opgedaan in fig. 490 en fig. 491, mogen aannemen, dat een groot deel der vezels, die uit den nucleus triangularis, nucleus sensibilis N. V. en lemniscus lateralis aan den bind-arm worden toegevoerd, daarin een ventraal veld vormen. Ten deele is dit ook zoo. Maar stellig zijn in dit geval, al ligt de doorsnijdingsplaats ver distaal, ook vele vezels gekliefd, die in dit distale niveau uit den binnensteel van het corpus restiforme (verg. fig. 490) naar den bind-arm gaan.

Straks zal er op worden gewezen, dat de ventrale vezelmassa (zie ook fig. 492) van de commissura W ernekink, nadat het ventraal van de roode kern een plaats heeft gevonden, daarin overgaat. Een groot aantal der niet van het cerebellum afhankelijke bind-arin-vezels plaatst zich in de ventrale afdeeling van het halvemaan-vormige veld en wendt zich naar de roode kern.

In de beide caudale doorsneden, die in fig. 493 A en B zijn weergegeven, vindt men slechts een bepaald veld, waarin M a r c h i-korrels opgehoopt zijn. Dit is het veld aan den fasciculus prae-dorsalis. Uit den bind-arm gaan dan ook een groot aantal vezels daarin over.

In fig. 493 C. ziet men de dorso-distale vezels in de commissura van \Y ernekink met zwarte M a r c h i-korrels bezet. De gedegenereerde vezels zetten zich, nadat zij de middellijn hebben overschreden, direct in den prae-dorsalen bundel voort. Zij slaan dan om, loopen in distale richting verder. Zij geven een groot aantal vezels in het tegmentum af, maar zij zijn nog altijd zichtbaar, tot zelfs in de medulla spinalis (fig. 493 B en A).

Bovendien maken zich uit de dorsale kruising, zoodra zij de raphe heeft

Sluiten