Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is daardoor onmogelijk, om in doorsneden volgens de meest gewone richting, den bind-arm, hetzij loodrecht op of evenwijdig aan den loop zijner vezels te treffen. De ontleding der dooreen gevlochten vezels wordt dientengevolge zeer bemoeilijkt.

Men kan daarom bij het volwassen menschelijk zenuwstelsel, den overgang van vezelbundels naar de ventrale vlakte van den bind-arm niet goed waarnemen. Nog het best in doorsneden vervaardigd volgens de snede-richting van P o r e 1. althans beter dan in die, welke volgens M e v n e r t zijn vervaardigd.

Volledigheidshalve is daarom nog één doorsnede door den bind-arm, volgens Forel's methode vervaardigd, afgebeeld in fig. 497.

Deze snede valt scheef door den hersenstam, maar raakt het proximale deel van den hersenstam zoodanig, dat alle drie de kleine-hersen-stelen doorsneden zijn. Het corpus restiforme (fig. 497 c. rest) en de binnensteel ervan (fig. 497 I. A. K.) worden zeer scheef, maar volstrekt niet overlangs getroffen. Langs de eveneens scheef doorsneden en dus langgerekten nucleus triangularis (fig. 497 n. dors. VIII) worden de beide vestibulo-cerebellaire bundels in den binnensteel eveneens scheef geraakt. Zij verliezen daardoor het gewone aanzien, dat zij in den binnensteel van Meynert's doorsneden bezitten. Zij doen zich niet voor als een groot aantal dwars getroffen, door reticula onderling gescheiden vezelbundels. De scheef geraakte vezelbundels schijnen een vezel-straling te vormen, die gericht is naar den bind-arm en daarin overgaat (fig. 497 e).

In het meer distale, tevens meer ventrale deel der snede is ook de trigeminus-streng (fig. 497 r. sp. N. V.) zeer scheef geraakt. Ter plaatse, waar die streng grenst aan den binnensteel van het corpus restiforme, maken zich eveneens vezels los uit het dorsale gebied der formatie Rolandoen dragen bij aan de vorming der vezelbundels, die in het corpus juxta-restiforme verder loopen en naar de ventrale vlakte van den bind-arm streven, (fig. 497 e1).

b. De kernen, uit welke de bin d-a rm ontspringt.

De belangrijke hoeveelheid vezels, die uit den hersenstam in den bind-arm overgaan tijdens zijn loop langs het corpus juxta-restiforme, staat niet in verhouding tot de zeer enkele vezels, die uit den bind-arm een weg zoeken naar den hersenstam of naar meer distale gedeelten van het zenuwstelsel.

Het zou voor de hand liggen naar dergelijke cerebello-fugale vezels te zoeken in den binnensteel van het corpus restiforme.

Wel is er bij de bespreking der vestibulaire verbindingswegen met het cerebellum op gewezen (p. 209), dat Lente de Nó in C a j a I's laboratorium, bij pas geboren muizen, een aantal axonen van cellen van P u rk i n j e langs den pedunculus flocculi, met voorbijgang der kleine-hersenkernen, direct zag eindigen in den nucleus D e i t e r s en in den nucleus triangularis. Deze vezels hebben echter het cerebellum reeds lang verlaten, voordat de bind-arm zich begint te vormen.

Sluiten