Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET CEREBELLUM EN ZIJN VERBINDINGSWEGEN.

367

§ 6. Samenvatting.

In de voorafgaande paragrafen is uiteengezet, dat onze kennis van het cerebellum belangrijk is vermeerderd sedert de grondslagen daarvan door Nothnagel, Luciani en Ramon y Cajal zijn gelegd.

N o t h n a g e I's voortreffelijke beschrijving der cerebellaire ataxie staat nog onovertroffen daar tot voorbeeld der kunst van klinische waarneming. Zijn slotsom: het lijden der cerebellum-hemispheren geeft geen verschijnselen, dat van den worm is gekenmerkt door ataxie, dat der cerebellaire stelen door manege-gang: is nog altijd een klinisch uitgangspunt gebleven. Maar dit uitgangspunt eischte nadere toelichting. Het is in allerlei opzicht herzien.

L u c i a n i's experimenteele arbeid heeft den invloed van het cerebellum op de motiliteit leeren kennen. Door hem is de samenwerking van cerebellum en groote hersenen bewezen en de inwerking van de cerebellum-hemispheer op de beweging der gelijkzijdige extremiteiten voor goed vastgesteld.

Wat er van zijn leer der atonie, asthenie en astasie der spieren is overgebleven is niet veel en werd op bladzijde 331 besproken.

Het schema van histologischen bouw door Ramon y Cajal ontwikkeld, is, in hoofdzaken, tot op heden toe blijven gelden en is in § 3 uiteengezet.

Na deze grondleggers hebben andere onderzoekers, klinici, anatomen en physiologen onvermoeid hunne belangstelling aan dit deel van het zenuwstelsel gewijd.

Onze kennis van het cerebellum is inderdaad verder gekomen en is in de voorafgaande paragrafen beschreven.

De poging om dien vooruitgang thans in enkele bladzijden te schetsen en overzichtelijk in enkele hoofdlijnen den gedachtengang van dit hoofdstuk te resumeeren, is de opgave dezer slot-paragraaf.

De eerste, meest belangrijke gebeurtenis, die onze kennis op dit gebied, heeft uitgebreid, was het schier gelijktijdig gekomen onderzoek van Bolk en Elliot Smith.

Vergelijkende anatomie en embryologie brachten nieuwe feiten, die deden breken met de oudere meening, dat de kleine-hersenen bestonden uit een reeks achter elkander gelegen organen, ieder voor zich bestaand uit een middenstuk en parige zijstukken.

Er werd gebroken met de oudere voorstelling, dat er een tegenstelling bestond tusschen den worm en de hemispheren, althans in het voorste gedeelte van het cerebellum. In paragraaf 2 is de geschiedenis dezer gebeurtenis uiteengezet.

Het vruchtbare zaad daardoor uitgestrooid, werd verder gekweekt door E d i n g e r en zijn school, van welke Kappers, Brouwer, van Valkenburg en Svenlngvar de krachtigste vertegenwoordigers waren. \oortgezette studie der vergelijkende anatomie der lagere vertebraten, nauwkeuriger navorsching der ontwikkelings-geschiedenis met behulp van

Sluiten