Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kern beschreven is en die, al naar mate de bind-arm bij de verschillende dieren kleiner of grooter is, eveneens klein of groot kan zijn.

Bij den menscb is die z.g. witte kern zeer omvangrijk. Door den bind-arm terzijde gedrongen, blijft de lemniscus medialis, zoodra de roode kern zich vormt, een natuurlijke, scherpe, latero-ventrale begrenzing voor deze kern, deels tegenover de substantia nigra, deels tegenover de formatio reticularis tegmenti (zie nadere bijzonderheden over dit deel van den lemniscus medialis bij de zwarte kern).

Dorso-mediaal is er eveneens een scherpe begrenzing voor de roode kern aan te wijzen.

Want uit het mesencephalon komt M e y n e r t's fonteinachtige straling, strijkt langs de substantia grisea centralis, ventraal van den fasciculus longitudinalis posterior, om door de dorsale kruising van het tegmentum (Meynert's kruising) de overzijde te bereiken en ten deele in den fasciculus praedorsalis over te gaan, ten deele ook vezels naar de substantia nigra en naar de substantia grisea centralis te brengen.

De vezelbundels dezer straling spreiden zich waaiervormig uit, terwijl zij de dorsale afdeeling van het tegmentum doorkruisen en begrenzen de dorso-mediale afdeeling der roode kern tegenover substantia grisea centralis en fasciculus longitudinalis posterior.

Tusschen die fonteinstraling zijn celgroepen ingevoegd. Meer lateraal wordt aan weerszijden van M e y n e r t's kruising de laterale fonteinkern, nucleus lateralis radiationis M e y n e r t gevonden. In de middellijn ligt de mediale fonteinkern, nucleus medialis radiationis M e y n e r t.

Deze beide celgroepen, de dubbelzijdige laterale, zoowel als de enkele mediale, zijn onafhankelijk van de roode kern. Hun beteekenis is geheel onbekend.

Dorso-lateraal, lateraal en proximaal is er, althans bij vele zoogdieren, geen scherpe begrenzing tusschen de formatio reticularis tegmenti en de roode kern.

Maar, wanneer de roode kern tot krachtiger ontwikkeling komt, ontstaat een eigen mergmantel rondom de geheele kern, die haar bijv. bij den mensch van de omgeving scherp afscheidt.

Dan wordt de laterale zijde door een eigen laterale uitstraling of mergmantel gekenmerkt en ontwikkelt zich de proximale of frontale mergmantel, die overigens bij de lagere zoogdieren reeds wordt aangetroffen, tot een machtige vezelmassa.

De aanvoerende vezels voor de roode kern, de rubro-petale vezels komen, voor zoover zij uit den bind-arm afkomstig zijn, langs haar distalen en ventralen wand binnen.

Andere rubro-petale vezels uit het mesencephalon langs M e y n e r t's fonteinstraling en uit de lemnisci, dringen het distale eind der kern aan de mediale, dorsale en laterale zijde binnen. Zooals later zal worden aangetoond, ontvangt het proximale eind der kern door den frontalen mergmantel heen

Sluiten