Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geheele kern en vooral de grootcellige afdeeling wordt doorbroken door oculomotorius-wortels (fig. 507; rad. III). Van distaal uit stralen de bind-arm-vezels de kern binnen.

De laterale begrenzing der kern wordt in het meer distale gedeelte door den lemniscus medialis op zich genomen (fig. 507; lemn.), in het meer proximale gedeelte door de substantia nigra (fig. 507; s. ni.). De mediale begrenzing wordt deels door het aan zijn top geraakte ganglion interpedunculare, deels door den dwars doorsneden bundel van Meynert (fig. 507; f. retrofl.) gegeven. In het distale gedeelte der substantia grisea centralis herkent men de bij honden zeer machtige kruising van Forel (fig. 507; dec. F o r.), die nog ver proximaal van de bind-arm-kruising reikt.

Ook in deze foto herkent men de grootcellige afdeeling (fig. 507. p. ma.) aan het distale kern-einde gelegen, terwijl de kleincellige afdeeling (fig. 507. p. pa.) proximaal en ook lateraal er van wordt gevonden in de richting van den fasciculus retroflexus. De groote cellen teekenen zich ook in het Weiger t-praeparaat scherp af, de kleine cellen, ofschoon zichtbaar, zijn minder duidelijk.

Nergens is bij den hond de roode kern, door een duidelijken eigen mergmantel van het tegmentum gescheiden.

Bij de kat is de roode kern alweer verder gedifferentiëerd dan bij den hond.

In fig. 508 is een foto weergegeven eener horizontale snede, die de roode kern eener kat door het midden treft, naar een met Weiger t-P a 1 gekleurd praeparaat.

De beschouwing er van leert, dat de differentiatie van de roode kern veel verder is voortgeschreden.

Men stelt ook hier vast, dat de uittredende wortelvezels van den N. III (fig. 508; rad. III) dwars door de kern heengaan, dat de laterale begrenzing, distaal met behulp van den lemniscus (fig. 508; lemn.) proximaal door de substantia nigra (fig. 358; s. ni.) kan bepaald worden. De mediaal van de kern gelegen fasciculus retroflexus valt niet in de snede.

Van distaal uit stralen bind-arm-bundels de roode kern binnen. Zij blijven evenwel in het midden der kern nog in een vrij massief veld vereenigd (de witte kern, de centrale kern of het centrale merg der kern), dat distaal en mediaal door de pars magno-cellularis (fig. 508; ma.), proximo-lateraal door de pars parvo-cellularis (fig. 508; p. pa.) wordt omvat. De witte kern is veel machtiger dan bij den hond.

De proximaal gelegen pars parvo-cellularis is hier veel grooter dan bij konijn en hond, maar bovendien bemerkt men, dat de kern door een eigen mergmantel, frontaal en lateraal wordt omgeven en daardoor tegen het tegmentum wordt afgegrensd. Bij de kat is derhalve een zelfstandige begrenzing der roode kern tegen het tegmentum door behulp van een eigen mergmantel begonnen. Daarentegen schijnt de pars magno-cellularis kleiner geworden.

Zeer veel grooter in omvang, maar tevens belangrijk gedifferentiëerd

Sluiten